Western Discovery
 
Verslag van een 2 weekse motorreis door de USA.
Theo Noë & Jule van Helvoort
 
Het begon natuurlijk met het idee dat we ooit eens een keer met de motor een reis door Amerika wilden maken, zo’n idee dat de meeste motorrijders wel hebben denk ik.
We stonden vorig jaar met een stand op de motorbeurs in Utrecht. Een stand van de Politievoertuigengroep Nederland, enkele lezers weten nu weer wat voor motoren we hebben.
We stonden naast een stand van USA Motorreizen. Met dat oorspronkelijke idee in ons achterhoofd hebben we prijzen en mogelijkheden vergeleken en hebben de knoop doorgehakt.
Zo gezegd, zo geboekt. Jule is gewend aan een Guzzi V65 en zij huurde een Magna 1100.
Ik rij een Kawa Z1000P en huurde een GoldWing 1500.
Verzamelen op Schiphol is dan zo’n typisch gebeuren. Je kent niemand, er staat een hele lange rij voor de Boarding Balie, wat schuchter om je heen kijkend zie je dan opeens 1 of 2 mensen staan met ingepakte motorhelmen. Zouden die ook? Wel? Niet? Er op af en ja hoor, en de reisleiders waren er ook al, onherkenbaar omdat hun helmen natuurlijk al in de US lagen. Netjes handjes geven en de 15 vreemde namen meteen weer vergeten, komt nog wel.
 
Een heerlijke vlucht rechtstreeks met KLM, 10 km hoogte over IJsland, Groenland, Canada en dan afbuigen richting Los Angeles, geweldige uitzichten, de eerste gesprekken, uitspreken van verwachtingen, polsen van de leiders, eerste kennismakingen. En de rare gewaarwording dat je rond 11.00u in NL vertrekt en rond 15.00u in de US bent, het leuke effect van het tijdsverschil. Bij het aanvliegen van L.A. wel nog een korte omweg gemaakt om de gigantische rookkolom van een bosbrand 20km ten noorden van L.A. te ontwijken, ziet er indrukwekkend uit vanuit een vliegtuig.
In L.A. aangekomen zijn we eerst naar het hotel gereden en hebben we, na de eerste briefing en instructies, de kamers opgezocht met de afspraak binnen een half uurtje weer beneden te zijn om de motoren op te halen.
Dan dus de eerste meters op een GoldWing1500. Daar kwam ik er dus meteen achter dat ik wel geluk had dat mijn eigen motor zo’n slordige 310kg weegt, de GW liet zich makkelijk overeind zetten en reed als een zonnetje, het wennen duurde zo’n 5 min.
 
Maar dan… Het Amerika dat je kent van de tv, L.A., 4 of 5 baans wegen, stadsverkeer, het keep-your-lane systeem en daar dus induiken met 13 andere motorrijders die je niet kent, allemaal achter de reisleider aan, dicht op elkaar om elkaar niet kwijt te raken.
Dat was voor mijn gevoel meteen het vermoeiendste deel van de vakantie, het eerste contact met het Amerikaanse verkeer en de rest van de rijders. Het ging natuurlijk prima en zonder brokken en eenmaal weer terug in het hotel konden we echt even bijkomen, uitpakken en gingen we iets later gezamenlijk wat eten om daarna op tijd onder de lakens te kruipen.
 
De tweede dag van L.A. naar Ensenada (Mexico), 210 mijl.
Op tijd op en ontbijten met heel veel vers fruit en aardbeien die opeens wel naar aardbeien smaken en ongeveer 3x zo groot zijn als hier, zoals alles in de US.
L.A. uit was nog even goed opletten, maar zodra we de stadsomgeving echt uit waren reden op de 101, da;’s de kustweg van Californië. Je moet je voorstellen dat de mensen die ’s morgen bij 28C op het strand lagen rond lunchtijd konden wegrijden, de bergen in, om rond 2 uur op de latten te staan om nog even een paar uurtjes te skiën.
Een fractie van een seconde lette ik niet op, toen ik weer keek stond die auto voor mij stil. Dat was het moment dat ik kennismaakte met ABS op een motor. Ik stond op tijd stil, hed zelfs nog 6 a 7 cm over, maar door het schokken van de ABS in de laatste meters kiepte de motor om op het moment dat ik stil stond. Meteen optillen en starten en doorrijden, het asfalt was niet eens bekrast, de beugels ook niet en de meesten van de groep hadden het niet eens gemerkt, zo snel is het allemaal gegaan. Later wel nog aan de reisleider gemeld, maar die vond het niet eens iets om voor naar de motor te kijken….. Het enige minor incident.
 
De grensovergang met Mexico (Tijuana) was een aparte ervaring. Lichtelijk confronterend en triest. Een zeer zwaar bewaakte overgang met een hele lange rij om de US in te komen en andersom kon je bijna gewoon doorrijden. Een politiek schouwspel waar in de eerste kilometers erna meteen de menselijke consequenties te zien waren, krottenwijkjes.
Ook goed uitkijken was het wegdek in Mexico, anders dan in de US. Als ze daar een snelweg opnieuw asfalteren nemen ze niet altijd de op of afrit ook mee. Bij het op of afrijden van de snelweg moest je dus verdomd goed uitkijken voor richels van soms bijna 10cm of meer. Niet gewend, maar nooit meer vergeten.
Gegeten werd er die avond aan een klein toeristies resort aan de kust met een enorme schaal verse gegrilde kreeft voor een prijs waarvoor je in NL misschien 1 of 2 kreeften krijgt.
Toen Ensenada binnengereden en vrijwel meteen in het Zwembad van het hotel gedoken.
 
De 3de dag een 165 mijls rit naar Calexico (USA), niet bijster spannend, gewoon lekker rijden, wel warm, althans dat dachten we toen, want….
 
De 4de dag naar Prescott (265 mijl).
Dit ging door de eerste woestijn van de reis. De Colorado Desert. Warm? Het was maar goed dat ik lange mouwen aan had. Toen ik de mouw even optilde om te proberen bruin te worden schroeiden voor mijn gevoel vrijwel direct de haartjes van m’n arm. Veel stoppen onderweg om veel, nee, nog meer te drinken. Niet bang zijn dat je veel naar de wc moet, moet je niet, je zweet het vrijwel allemaal weer uit. Californië verruilen voor Arizona. Zoals vrijwel elke dag werd er bij aankomst in het hotel door de reisleiders eerst wat bier en fris gehaald om deze dan in het zwembad te kunnen nuttigen. Ga er maar van uit dat na een woestijnrit een koud biertje in een koel zwembad er in gaat als Gods woord in een priester!!
 
Naar Flagstaff, 100 mijl.
Eerste stop was Jerome, een oud goudzoekerstadje waar we gingen ontbijten, bijvoorbeeld een grote chiliburger met een halve liter Coke, prima ontbijtje toch?
In Jerome konden we ruime tijd nog bezichtigingen doen en het oudste deel van het stadje bekijken. Van daar uit door de Red Rocks mountains naar Flagstaff, indrukwekkende bergen. Bergen in de US zijn overal weer anders en lijken niet eens op de alpen. De meeste zijn zandsteenachtig en hebben ook die kleur, zeer indrukwekkend. Net zo indrukwekkend als de vrachtwagens daar. Enorme Macks en Kenworths met een aanhanger achter de aanhanger achter de aanhanger, zo’n 20 of 25m in totaal. Als motorgroep hou je je aan de snelheid, maar bergaf willen die vrachtwagens niet te veel remmen op de motor en komen dan links en rechts op zo’n meter afstand langs donderen, wielen ongeveer zo hoog als je motor. Unieke ervaring, niet eens beangstigend, meer een kick. ’s Avonds zagen we op tv dat die middag er flinke bosbranden waren uitgebroken nabij de buitenwijken van Prescott….
 
Naar Gray Mountain, 145 mijl.
Een van de hoogtepunten van de trip: Grand Canyon.
Eerst een enorme hoogvlakte met uitgestrekte bossen, niet iets wat je als Nederlander kunt voorstellen, heel uitgestrekte bossen. Bij Grand Canyon dacht ik altijd aan die steile bergen die uit het landschap opreizen, niet dus. De G.C ligt dus in de grond. Achteraf logisch, want het is uitgeslepen door een rivier, maar toch. Je komt aanrijden, ziet een bordje Grand Canyon en ziet helemaal niks. Dan nog 1 km, een scherpe bocht naar rechts en je kijkt zo in een keer 800m naar beneden en ontvouwt zich de GC voor je ogen. Ja, dat ken je van televisie en ook weer niet. Die ervaring, daar op dat moment, is eigenlijk niet uit te leggen. Enorm…..
Je kent de plaatsjes uit de boeken, maar de weidsheid, de kleuren, de stilte…..
 
Voor $100.- nog een helikoptervlucht gemaakt door GC, tja, als je toch daar bent. Nog betere uitzichten, leuke duikvlucht en voor ’t eerst in een helikopter, hebben we dat ook weer gehad.
’s Avonds een koud biertje en barbecue aan het zwembad in Gray Mountain, een plaatsje van 15 inwoners! Typisch, een postkantoor, een tankstation en een hotel, dat was het….
 
Naar Page (250 mijl).
Door Painted Desert. We beginnen nu te wennen aan het rijden door hitte. Lichte kleding, maar lange mouwen en pijpen. Veel stoppen om te drinken, voldoende eten. Op de motor is een zonnebril in de US verplicht, logisch. Helm niet overal, maar als je 1x met 80km/u zo’n onbekend raar groot insect tegen je voorhoofd hebt gehad weet je ’t zeker, ook in de US zet je je helm op.
 
Op een gegeven moment gestopt op en punt waar we later zouden terugkomen, we gingen naar Monument Valley, bekend van zo’n beetje elke western en Marlboro reclame. Zandvlakte met van die kalksteen en zandsteenformaties die kaarsrecht en steil in het landschap staan. Ligt in het reservaat van de Navajo Indianen. Die hebben daar dus zeer verregaande autonomie, eigen belastingstelsel, eigen politie. Onderweg dus heel veel kraampjes gezien met allerlei Indianenprullaria, maar ook echt mooie dingen, leuke broche gekocht voor Jule, wel zwaar moeten afdingen.
Nog een aparte ervaring onderweg. Je rijdt daar dus 65mph, zo’n 100km/u en dan op een weg die ruim een uur lang alleen maar rechtdoor loopt. Af en toe zo’n wervelwindje in de zandvlakte om je heen, misschien 2 of 3 auto’s tegenkomen en een uur lang a-l-l-e-e-n maar rechtdoor, indrukwekkend….
Na de rondrit door Monument Valley dus langs Lake Powell naar Page. Apart om te zien dat je daar in een woestijnachtig gebied een enorm stuwmeer hebt liggen en dat er ondanks dat nog steeds niets groeit behalve hier en daar een cactus, zelfs niet langs de rand van het water.
 
Naar Hurricane (185 mijl)
Vandaag kruisen we meerdere malen de Colorado river, jawel, de echte. Onderweg nog schitterende uitzichten over wat kleinere Canyons tot we Zion Park bereiken. Weer andere soort bergen. Ditmaal vulkanisch en oud. Een klein park, je bent er in een 20min doorheen, tenzij je op vakantie bent zoals wij, bijna een uur dus. En veel stoppen voor veel foto’s
’s avonds in Hurricane weer een Bbq aan het zwembad met meegenomen bier. Hurricane ligt in Utah, de staat van de Mormonen en die mogen geen alcohol verkopen, mochten we dus zelf meenemen, het smaakte er niet minder om.
 
Naar Las Vegas (165 mijl)
Weer een warme lange dag. L.V. ligt in een woestijn en daar moet je dus doorheen om er te komen. Je komt op een gegeven moment over een heuvel en dan ligt daar in 1x een enorme stad in een verder vrijwel lege vlakte: Vegas. Sodom en Gomorra voor de een, Walhalla voor de ander. Het summum van een 24uurs economie. We sliepen in CircusCircus, niet het minste hotel met een overdekt pretpark en zo’n 6000 kamers. En ja, ze bestaan echt, van die kleine kapelletjes waar je snel even kunt trouwen, tot en met een drive-trough marriage aan toe.
Lekker gaan wandelen in Ceasar’s Palace. Elk hotel heeft, of nee…. Elk casino heeft een gigantisch hotel, thema en overdekte attractie zoals bijvoorbeeld winkelcentrum. Ceasar’s heeft zo’n winkelcentrum, formaatje Hoog Catherijne, maar dan wel mooi en nieuw en met vrijwel alleen maar designer stores, een PC Hoofdstraat, maar dan 20x zo groot waar dan ook in het winkelcentrum shows en optredens worden gegeven meermalen per dag.
Goed gegeten en ’s avonds gewandeld door Vegas en natuurlijk naar de SpaceTower geweest. Een enorme (300m) toren met restaurant bovenin en achtbaan in top. Werkelijk een adembenemend uitzicht over nachtelijk Vegas. De kleuren, de lichten, de gekte. Een stad van beroepsgokkers, dat merkte ik wel toen ik ’s nachts om 4.30u even naar de winkel ging voor water (is toch open) en er gewoon nog mensen achter die machines zaten te gokken, lichtelijk triest.
 
Naar Lone Pine (235 mijl)
’s Ochtends al gemerkt dat er een stevige wind stond, zonnebrillen dus goed tegen het gezicht met al dat zand, wisten wij veel dat dat nog veel erger kon. De rit van vandaag zou ons vandaag door Death Valley heen leiden en die plek heet niet voor niets zo. Schijnt dat de hoogst gemeten temperaturen op aarde daar gemeten zijn, een gebied waar je ’s zomers niet zonder airco in je auto doorheen mag. Er stond echte een frisse wind uit de bergen, de hitte zou gaan meevallen die dag, slechts een graad of 30. Maar eenmaal in Death Valley bleek de wind door de ligging van de bergen dus zodanig geleid te worden dat we spraken van een flinke zandstorm.
Je ziet als je over die bergen komt aanrijden dus zo’n bruine trage muur door dat dal trekken en je weet dat je daar dadelijk doorheen gaat. Ik heb een open helm met een klep ervoor, zonnebril en contactlenzen… jippie? Mond dicht en doorrijden, soms met zicht van minder dan 5meter, dat gaat goed als je weet dat degene voor je ook doorrijdt. En even plots als je er in dook waren we er ook weer uit.
Even voorbij een berg zaten we in de luwte, bij een plaatje genaamd Stove Pipe Wells. Konden we daar dus op een veranda uitrusten en drinken. Je kunt het zo gek niet bedenken of er zit dan zand in, niet alleen je onderbroek, nee tot met je bilnaad, in je keel, alles. En terwijl we daar zaten stoof dus op nog geen km afstand die zandstorm aan ons voorbij, geweldig.
 
Daarna steil bergop, koud, weer een vallei in, warm, nog steeds veel wind, steil bergop, weer een vallei in en dan weer de laatste berg op die dag. We reden lekker door en tijd voor omkleden konden we niet iedere keer nemen. We hadden het dus of koud op de bergen en anderen weer te warm in de valleien.
Laatste hoogvlakte die dag, daar zou Lone Pine moeten liggen. Was op die hoogvlakte dus ook een zandstorm, maar dan bij een graad of 10 ofzo. Koud, zand, vandaag dus maar geen zwembad om bij te komen, een douche was wel welkom. Lone Pine is een wel erg typisch dorpje. Zo gekopieerd uit een gemiddelde western. ’s Avonds lekker poolen en pizza, Amerikaanser kon bijna niet.
 
Naar Porterville (170 mijl)
Het was moeilijk voor te stellenna die woestijnen en dat zand, maar deze dag werd weer helemaal anders. Uitgestrekte wouden en nog eens bossen en wouden, uren achtereen. Hier ben je met 2x gas geven door de Veluwe, daar uren en uren bossen. Af en toe een paar kilometer geen bomen of alleen zwarte, was er net een bosbrand geweest. En dan binnen een paar meter weer opeens dicht bos.
Dan opeens wat witte plekken tussen de bomen. Sneeuw? Jawel, en met elke km steeds meer, de wegen waren schoon en perfect begaanbaar. Opeens stopten we, ik reed als 2de en had op m’n Wing nog niks door. Ja, zag wel sneeuw, maar was goed ingepakt en had de verwarming aanstaan. Kik ik achterom, staat iedereen te trillen en te blauwbekken, mietjes… Maar het bleek toch aan mij te liggen, die Wing was een prima keuze. Al met al dus een indrukwekkende bergrit. Omdat de Tioga Pass nog dicht gesneeuwd was die dag dus niet naar Fresno via Yellowstone Park, helaas.
 
Naar Sequoia Park, ’s nachts weer slapen in Porterville (150 mijl)
Terug die bergen in vandaag, op naar de grootste bomen ter wereld. En niets was minder waar. Bomen tot wel 90 of 100m hoog en een dikke 40m aan omtrek. Daar kan ik verder weinig over tikken, je ziet de toppen van die bomen niet eens, zoiets als hoe een mier zich voelt in een Nederlands bos, da’s niet normaal, da’s abnormaal.
 
Terug naar L.A. (270 mijl).
Langs diezelfde highway langs de kust weer terug in de hectiek van de grote stad. Weet dat L.A. de oppervlakte van Utrecht en het inwonersaantal van NL heeft. Weer die 5, 6 of 7 baans wegen. Ook een korte tour door Hollywood, om daarna dan toch eindelijk de motoren te gaan inleveren. Helaas, het zit er bijna op. Met een paar mensen geld bij elkaar gelegd om 3 auto’s te huren voor die avond en de volgende dag. ’s Avonds naar Santa Monica Boulevard. Leuke winkelstrip, goed te eten.
 
L.A.
Vandaag afgesproken dat we met de auto’s naar Universal Studio’s gingen, toch een must-see in L.A. Pretpark en studiocomplex in 1. Enorme attracties, veel spektakel en show, mooi achter de schermen kunnen kijken. Vermoeiender dan 200 mijl motorrijden, maar zeker de moeite waard.
 
En dan weer thuiskomen na 2 dagen vliegen. Ja, eigenlijk 1 dag, maarja, dat tijdsverschil he.
 
Samengevat
Wat ze zeggen is waar, je MOET het als motorrijder eens in je leven gedaan hebben: Amerika.
Land van uitersten. De onwerkelijk rust in de bergen of de woestijn, de gekte van Vegas, uren rechtdoor rijden, meer dan 100 tvkanalen, de enorme vrachtwagens, large coke and chiliburgers. De mensen zijn uitermate vriendelijk. Goed gegeten, geen regen gehad, sneeuw en zandstormen gezien. Typisch Amerikaanse dingen gedaan zoals Bbq, biertje in het zwembad, vliegen door Grand Canyon. Je hebt 2 weken het gevoel alsof je door een filmset heen rijdt, onwerkelijk. En toch allemaal echt.
 
Het rijden was erg relaxed, maarja ik had dan ook een Wing. Maar ook Jule op haar Magna had niets te klagen, alhoewel ze er volgende keer wel een schermpje op laat zetten (aanrader).
Fijn dat er een busje achter je aan rijdt met je bagage, dan zit je net iets relaxter op je fiets, zonder die grote rugzak. De motoren reden prima, snelheid was niet te hoog en met enige regelmaat waren er afspreekpunten en konden we vrij rijden.
Natuurlijk het is een groepsreis en je route en hotels liggen vast. Maar dat geeft ook iets ontspannends, je hoeft niets meer te regelen, alles is voor je gedaan, maargoed, daar betaal je dan ook voor.
Aldus, onze ervaring in de States. We kunnen niet anders dan het iedereen aanraden en zelf dit jaar weer gaan.
Ook niet te stuiten na dit verslag?: http://www.usamotorreizen.nl/
Zeg maar Tegen Jos en Harry dat Theo en Jule het gezegd hebben J
En ze staan ongetwijfeld ook weer op de motorbeurs eind februari, net als wij met de Police-club.

Terug naar de reisverslagen