Reisverslag Western Discovery II tour

Reisverslag Western Discovery II tour (20 juni 2009 – 5 juli 2009)

Door: Lutgart van Kollenburg

 

Sinds 2005 - 2006 waren Guus en ik bezig met het plan om een motortour te gaan maken in Amerika. In eerste instantie zou het niet kunnen doorgaan aangezien USA motorreizen in hun lichtste categorie motoren geen motor had waar ik op zou kunnen rijden (ik ben heel klein) en aangezien de andere organisatie die we op het oog hadden (Route66reizen) de Dragstar 650 uit hun motoren aanbod haalde. Toendertijd reed ik zo’n motor. Momenteel rijd ik een aan mijn lengte aangepaste Dragstar 1100.

Echter op 5 april 2008 kreeg ik de mogelijkheid om bij mijn dealer een proefrit te maken op een Honda Shadow 750cc. Deze proefrit beviel me wel en het besluit werd genomen om in het najaar te gaan boeken voor een motortour met USA motorreizen. We wilden niet te lang meer wachten aangezien Guus al 65 is en we verwachtten dat de tour toch best vermoeiend zou zijn.

We hadden al een brochure liggen en de Western Discovery II beviel ons wel, qua duur (ons hondje mag niet te lang in het pension haha) en qua vertrekdata.

We zijn in oktober nog even langs het kantoor van USA motorreizen geweest en hebben een aantal zaken nog even doorgesproken. Kort daarna hebben we daadwerkelijk geboekt.

We hebben de maanden en de weken afgeteld en eindelijk brak 20 juni 2009 aan.

 

Onze foto’s

 

 

Dag 1: Amsterdam – Los Angeles

Jan was lekker op tijd om ons naar Eindhoven CS te brengen. We nemen de trein van 07.03u. met een overstap in Utrecht.

Op Schiphol gaan we meteen naar de ticketbalie van United Airlines waar we Frank van Arkel, 1 van onze reisleiders als eerste ontmoeten. Even later meldt ook Kees van Houten zich. Er blijken in eerste instantie buiten ons nog maar 3 andere deelnemers te zijn, en ik ben de enige vrouw. Later in het vliegtuig horen we dat er nog een stel rechtstreeks van Curaçao overkomt. Ik ben gelukkig niet de enige motorrijdende vrouw. Er bleken een stuk of 4 afzeggingen te zijn geweest voor deze vakantie.

Inchecken verloopt goed, maar er staat een ellenlange rij bij de paspoortcontrole. Na deze controle nog even naar de bank voor wat dollars en dan gaan we boarden. Het is een beetje stressen, maar we zijn toch op tijd bij Gate 4. Bij het boarden zien we al 2 andere deelnemers, Mark en Bert uit Venray. Uiteindelijk zitten we in het vliegtuig voor vlucht UA909 naar Chicago. De vlucht duurt ongeveer 8 uur en we overbruggen zo’n 6600 km. Leuke films doden de tijd evenals het Amerikaanse jongetje naast mij dat prachtig zit te tekenen.

 

Op Chicago Airport loopt alles in de soep. Eigenlijk is de aansluitende vlucht naar Los Angeles veel te krap geboekt. Er is te weinig tijd voor het opnieuw inchecken van de bagage. De koffers laten ontzettend lang op zich wachten. Tijdens dat wachten zwaait er ineens een bekende naar me: Tanja Lange, een hoogleraar van de faculteit waar ik werk. We hebben enige tijd leuk staan babbelen.

We missen uiteindelijk onze aansluitende vlucht en de daaropvolgende 2 vluchten zitten ook helemaal vol. We zijn toen lekker de eerste Budweisers gaan nuttigen en een lekker stuk pizza. Het werd voor de daaropvolgende vlucht nog even heel spannend, maar toen mochten we toch eindelijk gaan boarden.

Rond 09.00 p.m. plaatselijke tijd kwamen we aan op LAX.

 

In het Hacienda hotel ontmoeten we de 2 deelnemers die vanuit Curacao zijn overgevlogen.

Na een korte kennismaking en briefing gingen we omstreeks 23.30u. moe naar bed.

 

De deelnemers:

1.       Bert

2.       Mark

3.       Henk

4.       Theo

5.       Bianca

6.       Lutgart

7.       Guus

8.       Frank (reisleider)

9.       Kees (reisleider)

 

 

Dag 2: Los Angeles – Pismo Beach

Vroeg uit de veren, al om 5 uur. Om 6.30u. zitten we al aan het ontbijt na een ochtendwandelingetje.

Rond 8 uur komt Dan ons ophalen. De koffers gaan in de pick-up en wij in het busje. Ik ben een klein beetje nerveus. Zal de Honda Shadow klaar staan? Dan zegt van wel.

De “Toy shop” gaat open. Het is wel een rare parkeerplaats daar op dat industrieterrein waar de hangar van USA motorreizen zich bevindt. Het zijn allemaal hellende vlakken, met gootjes en vreselijke drempeltjes. Maar ja, we zitten in een gebied waar nogal eens aardbevingen voorkomen. Bij de volgende aardbeving wordt de parkeerplaats misschien wel weer vlak, haha.

In de hangar staan voornamelijk mooie Harleys. Ik zoek even naar de Honda, maar zie ‘m dan toch staan, een zwarte. Er zit al bijna 50.000 mijl op de teller.

Iedereen blijkt de motor te hebben die hij/zij had gereserveerd:

·          Henk: een blauwe Harley Davidson Heritage Softail

·          Guus: een witte Harley Davidson Heritage Softail

·          Mark: een donkerrode Harley Davidson Road King

·          Bert: een blauwe Harley Davidson Road King

·          Bianca: een grijs/gele BMW enduro 1200cc

·          Theo: een grijze BMW enduro 1200cc

·          Lutgart: een zwarte Honda Shadow 750cc

·          Kees/Frank: een felblauwe Honda Goldwing

 

Dan waarschuwt me al dat de Honda moeilijk in vrijstand te schakelen is, vooral als de motor warm is (naderhand blijkt dat ie zo goed als nooit in vrijstand te schakelen is).

Na het inrijden en de nodige aanpassingen (ik heb het windscherm er laten afhalen, maar het wordt wel meegenomen) aan de motoren vertrekken we. Mijn motor rijdt redelijk goed alhoewel het schakelen niet echt soepel gaat, soms moet ik 2 keer proberen om op of terug te schakelen. Ook moest de benzinekraan nog even open gezet worden, want de motor sloeg af omdat de benzinekraan dicht bleek te staan.

We rijden eerst een stukje snelweg, en dat is wennen aangezien je in Amerika ook rechts in mag halen en je dus ook rechts ingehaald wordt. Even later rijden we vlak langs de kust, langs de Pacific.

Frank rijdt voorop. Ik rijd in tweede positie, daarachter Henk, Guus, Bianca, Theo, Bert en Mark als laatste, waarachter Kees in de volgwagen. Frank en Kees zullen iedere dag wisselen.

We nuttigen een tas koffie bij een biker’s cafe/restaurant, waar het ontzettend druk is en waar ontzettend veel mooie Harleys en customized bikes staan.

Daarna rijden we verder. We komen in heuvelachtig gebied met de eerste bochten. Ik moet behoorlijk wennen aan het bochtenwerk met deze motor. Hij is behoorlijk instabiel in de bochten, het stuur “zwabbert” enorm en dat voelt niet echt prettig.

Onderweg lunchen we heerlijk bij “Deer Lodge”. Het bestellen van eten is enorm wennen, want er wordt constant gevraagd “wat je er nog bij wil hebben”. Ook hier zijn weer heel veel andere stoere bikers met ontzettend mooie motoren.

Daarna rijden we nog een heel stuk bochtig weg door de heuvels bij de Pacifische kust. Op het laatste stuk weg, waar we flink doorrijden (ik mis het windscherm al een beetje, maar ik ben eigenwijs) wordt het frisser. We moeten even zoeken naar ons motel in Pismo Beach, maar uiteindelijk rijden we dan toch de parking van Motel 6 op. We sluiten de rit af met een lekker koud Budweisertje. Dit wordt een dagelijkse traditie.

Lekker douchen, eten bij Denny’s en dan duiken we het bed in.

 

Feitjes van deze dag:

·           230 mijl gereden

·           3 maal getankt

·           veel mooie auto’s gezien (ik denk dat er een zondagse Hotrod meeting was), waaronder een Bugatti Veyron (1000 pk met een top van ± 403km/uur), ja die ene die vaak te zien was bij Top Gear.

 

 

 

Dag 3: Pismo Beach – Watsonville

Het is behoorlijk fris vandaag. Kees rijdt nu voorop. We rijden eerst een stukje snelweg, maar daarna nemen we een rustiger weg. Het is wennen met Kees voorop, want hij blijkt niet altijd richting aan te geven, dus moet ik het vaak vragen, waarna hij zijn richtingaanwijzer toch aanzet, wel handig voor de groep daarachter.

We komen in een aantal mistbanken terecht. Brrrrr... wat koud en nat zeg! Ik moet regelmatig mijn vizier schoonmaken. We stoppen om te tanken en voor een warme bak koffie. De parkeerplekken lopen behoorlijk schuin af, dus we moeten elkaar een handje helpen bij het wegrijden. Het is af en aan mistig en zonnig. Met de zon loopt de temperatuur wel lekker op. We stoppen op 2 plekken om naar zee-olifanten te kijken. Ze liggen lui op het strand of op de rotsen en kruipen over elkaar heen. Ze maken vreemde geluiden en ze stinken ontzettend! Maar toch wel leuk om die beesten te zien.

Het vervolg van de rit komen we in de heuvels met bochtige wegen. We stijgen en dalen weer. Vooral het bochten rijden in afdaling vind ik moeilijk. Ik ben dit niet gewend, maar het lukt toch. Ondertussen stoppen we op een vreselijke plek met een mooi uitzicht. De plek is vreselijk omdat de parkeerplek vlak voor een bocht is, ik kon nog net stoppen voor een tegenligger. Het loopt schuin af en de parkeerplek ligt vol grind, maar dat is hier normaal. We schieten wat kiekjes van het mooie uitzicht en vlak voor het wegrijden, toen ik mijn motor weer in positie wilde brengen schoof ik weg op het grind met mijn linkervoet en moest ik de motor op zijn kant laten gaan. Maar goed dat er flinke valbeugels opzitten. Gelukkig was er maar zeer geringe schade aan het achterknipperlicht en een heel klein deukje in mijn ego.

Ik vind het even niet leuk en het vervolg van de rit tot aan de lunch is “kut”. Ik voel me helemaal niet lekker, ik heb het koud, ik ben misselijk en ik heb pijn op mijn borst. Ik besluit om het windscherm er weer op te laten monteren. Ja je moet maar eigenwijs zijn.  De pompoensoep bevalt me niet, maar nadat Henk en Guus het windscherm weer hebben gemonteerd knap ik tijdens het vervolg van de rit weer helemaal op. Het bochtenwerk loopt lekkerder en ik heb het stukken minder koud.

We rijden weer vlak langs de kust, met prachtige uitzichten en een lekker zonnetje. Wat is het leven toch mooi! Ik krijg een Flower Power gevoel en dat zonder te snuiven! Omstreeks half 4 arriveren we in Watsonville bij Motel 6.

Bianca gaat eindelijk nieuwe motorlaarzen kopen, want van degene die ze bij zich had bleken de zolen helemaal afgebrokkeld te zijn en dat is geen veilige situatie.

Er wordt nogal lacherig gedaan over het feit dat ik aangeef mijn Yamaha Dragstar stukken prettiger te vinden dan de Honda, vooral omdat ie veel stabieler is en minder topzwaar is. Ik laat het maar over me heen gaan.

We dineren heerlijk bij een Mexicaans restaurant, met een Corona Light na.

Om kwart over negen liggen we al weer in bed, moe en voldaan.

 

Feitjes van deze dag:

·           177,1 mijl gereden

 

 

 

Dag 4: Watsonville – San Francisco

Vandaag hebben we de kortste rit voor de boeg, maar wat voor een!!! Ik ben toch zo benieuwd naar de Golden Gate Bridge en naar die stad waar velen verliefd op worden. Een vlug ontbijtje bij Jack in the Box en dan rijden maar. Het blijkt dat ze die nacht het zadel van Guus’ motor hebben willen ontvreemden, tenminste daar lijkt het op. De duoseat wordt er af gehaald (aangezien een boutje mist) en dat blijkt nog lekkerder te zitten ook.

Het is redelijk tot heel koud op de motor ondanks de zonneschijn. We vertrekken via de Highway. In no time zijn we Kees in de volgwagen kwijt. ’s Morgens bleek al dat de mobiele telefoon van Kees het niet deed vanwege een platte batterij. Frank belt hem en spreekt zijn voicemail in om elkaar maar weer te ontmoeten bij de Golden Gate Bridge. Hij krijgt toch een SMS-je terug met de tekst “OK”. Frank is ook nog een stukje terug gereden, maar ziet Kees en de volgwagen niet.

Vervolgens rijden we vlak langs de kust met mooie uitzichten. Het is zonnig, maar nog steeds heel erg fris. Op de borden zie ik dat we steeds dichter bij San Francisco komen. De spanning stijgt en het wordt steeds drukker op de weg. We moeten opletten dat we goed bij elkaar blijven. We staan een hele tijd in de file en dan kom ik erachter hoe vreselijk vervelend het is dat ik de motor niet in vrij kan schakelen. Mijn linkerhand begint steeds meer pijn te doen. We moeten even naar de kant om de ergste kramp uit mijn hand en onderarm weg te laten trekken.

Ineens zien we dan de toppen van de Golden Gate Bridge. Dan lijkt het toch nog een hele tijd te duren, maar ineens is ie daar. Ooooooh wat machtig!!! We rijden nog maar even op de brug en dan stromen de tranen van ontroering over mijn wangen. Hier heb ik zo lang naar uitgekeken! Gelukkig is het heel helder weer.

Aan de overkant rijden we een grote parking op waar we heel veel foto’s maken, uiteraard van de brug, maar ook van de stad die we in de verte zien liggen, alhoewel boven de stad wel wat mist hangt. Op deze parking worden we weer herenigd met Kees.

De brug telt 3 rijbanen in iedere richting. Er is veel verkeer en vooral zie je veel fietsers. Deze fietsen kun je huren in de stad blijkt achteraf.

Na de pauze rijden we opnieuw over de brug in de andere richting: Downtown.

Het is even enerverend in de stad. Ik schrik even als ik de steile weg voor me zie, maar gelukkig slaan we op tijd rechtsaf. Na een paar U-turns komen we bij ons motel, Motel Broadway.

Even bijkomen, omkleden en dan te voet richting Fisherman’s Wharf. Vlak bij de haven lunchen we. In dat restaurant blijkt krab de specialiteit te zijn. Ik bestel een “Loui Crab Salad”. Dat was een van de heerlijkste salades die ik ooit heb gegeten.

Guus en ik gaan samen sfeer proeven. We duiken de gezellige drukte van Fisherman’s Wharf in met z’n geuren, kleuren en geluiden. We kopen alvast wat souvenirs voor de collega’s en voor onze kennissen en familie.

Daarna lopen we een zeer stijle typische San Francisco Street in en knippen we diverse foto’s. Ook vanuit Fisherman’s Wharf heb ik mooie foto’s gemaakt van o.a. Alcatraz en de Golden Gate Bridge. Oh, konden we nog maar 1 dag langer hier zijn, maar helaas.

’s Avonds gaan we met z’n allen naar China Town. Bert blijft op zijn kamer. Hij is moe en heeft ook besloten om vanaf de volgende dag niet meer met de motor te rijden.

We stappen, naar ze zeggen, het beste Chinese restaurant van Chinatown binnen. Het ziet er niet uit, maar ja, het eten is dus wel super lekker. We bestellen twee menu’s, het Hong Kong en het Sezchuan menu. In no time staat de tafel helemaal vol met de heerlijkste gerechten. Wat over is gaat in een bak, die Mark opwarmt voor Bert op de hotelkamer.

Moe en voldaan gaan we weer naar bed.

 

Feitjes van de dag:

·           101,8 mijl gereden

·           veel gewandeld

·           veel foto’s geknipt

·           heerlijk gegeten

 

 

 

Dag 5: San FranciscoMerced

Vandaag weer vroeg uit de veren. We hebben een behoorlijk lange rit voor de boeg. Het is nog rustig in San Francisco. We ontbijten op de hoek waar een zweterig geblondeerd dametje haar uiterste best doet voor ons.

Daarna wordt de motor van Bert ingeladen. Hij gaat nu in de pick-up meerijden.

We moeten eerst de stad uit met z’n steile wegen. Spannend! We komen eerst op de US101 en we rijden over de San Francisco Bay, via de lange Bay Bridge. Het is weer heel druk op de weg.

Voor we bij de afslag naar San Jose komen ziet Kees, die voorop rijdt, de afslag net iets te laat. De afslag is een heel scherpe bocht en alleen Henk, Guus en ik kunnen volgen. De rest zijn we kwijt. Achteraf gezien (maar dat is altijd) was het beter geweest als Kees gewoon rechtdoor was gereden en een afslag later terug was gegaan. Daarna wordt het even super spannend als Guus en ik Kees en Henk ook even kwijt zijn, maar Guus en ik blijken toch op de juiste Highway te zitten. Vlak daarna zitten Henk en Kees weer bij ons. In het plaatsje San Jose wordt op de anderen gewacht. Kees rijdt terug om te kijken of hij hun ziet, maar na ongeveer 1 uur en een paar telefoontjes zijn we herenigd.

Na een welverdiende pauze en een hoognodige tankbeurt voor de pick-up (er zat geen druppel diesel meer in de tank) vertrekken we richting Mount Hamilton. De leren jas is inmiddels vervangen door de spijkerjas. Het is ontzettend warm geworden.

We moeten Mount Hamilton over. Dit blijkt een smalle en heel stijle weg te zijn met heel scherpe haarspeldbochten. Ook ligt in de bochten nogal wat grind en is de weg hier en daar wat afgebrokkeld.

Vooral in de afdalingen zweet ik peentjes, temeer daar ik niet helemaal op mijn motor vertrouw.

Boven gekomen is Guus helemaal trillerig en ik ook wel een beetje. Na een pauze gaan we weer verder. Het vervolg van de weg is iets makkelijker, hoewel ik me goed moet concentreren. Mark, Theo en Henk halen ons in zodat ze de bochten lekker in hun eigen tempo kunnen nemen. Onderweg lunchen we bij een gezellige aanlegplaats waar het lekker koel is. Ik eet heerlijke Onion Rings met een minder heerlijke Ranch Dip. In een hoek van het restaurantje, dat als een bibliotheekje is ingericht staan tientallen jaargangen van de National Geographic. Dit valt op omdat dit tijdschrift helemaal geel van kleur is.

Na de laatste heuvels te hebben gehad rijden we richting Merced. Het was even zoeken, want Kees had het bordje “Merced” gemist. Dat bleek uiteindelijk nog 30 mijl te zijn. Moe en een beetje oververhit komen we aan bij het Vagabond Hotel in Merced. Er is jammer genoeg geen zwembad.

Er worden een aantal dingen aan mijn motor vastgedraaid: de versnellingspedaal was er bijna afgevallen; de klok op de tank bleek los te zitten en de tank zelf zit ook los, maar volgens Frank hoort dat zo. Dat lijkt mij een beetje vreemd, want bij iedere bobbel in de weg rammelt de motor ontzettend terwijl dat tijdens de eerste dagen niet het geval was. Ik zal er aan moeten wennen vrees ik.

Na vele Buds op de parking arriveert de andere groep onder begeleiding van André. Zij zijn bezig met de laatste dagen van de Western Highlights Tour.

We hebben pizza’s besteld die we op de parking opeten. Het wordt steeds gezelliger op de muziek van André Hazes die uit de Goldwing schalt. We dansen, maar jammer genoeg blesseert Frank zijn grote teen hierbij. De eerstvolgende 3 dagen kan hij niet motorrijden.

Omstreeks half 10, toch wel vroeg, maar we zijn moe, gaan we naar bed want ’s anderendaags staat de langste rit op het programma.

 

Feitjes van de dag:

·           172,3 mijl gereden

·           temperaturen tussen 35 en 40 graden Celcius

·           bijna een eekhoorn overreden

·           ontelbare bochten gereden

 

 

Dag 6: Merced – Lone Pine

We vertrekken al om 7 uur, want vandaag staat de langste rit op het programma. We rijden vandaag door het Yosemite National Park. Hier verheug ik me ontzettend op. We ontbijten in een heel leuk tentje waar de muren behangen waren met platenhoezen.

Het duurt best een tijdje voor we het park binnenrijden, maar uiteindelijk is het zover. Wat een ontzagwekkende natuur!!! Bij de eerste stop in het park nemen we een kijkje bij Amerika’s hoogste waterval waarna we snel weer doorrijden. Na een snelle lunch op een parkeerterrein, oppassend dat er geen grizzlyberen achter een boomstam zitten, vertrekken we voor een vrije rit van 2,5 uur. Als we maar rechts aanhouden komt alles goed. We spreken af bij de aanlegplaats en tankstation ‘Lee Vining’.

Het wordt een prachtige rit met veel bochten en prachtige plekken waar we kunnen stoppen om te genieten van de uitzichten en om foto’s te nemen. Op het eind van de rit wordt het wel wat frisser en de leren jas en de handschoenen gaan weer aan, maar wat wil je op 3 km. hoogte. We zien ook nog wat sneeuw liggen en in de verte komt een behoorlijk dreigende lucht aan. Uiteindelijk hebben we slechts 2 spetters regen geteld.

Na ongeveer 2,5 uur ontmoeten we elkaar weer op het afgesproken punt.

Gedurende het laatste gedeelte van de rit rijden we flink door en het wordt steeds warmer en warmer. We stoppen voor wat lekkers bij de Hollandse bakker Erik Schat. Hier is het ontzettend druk. Op het terras van deze bakkerij horen we van Frank dat vandaag Michael Jackson en Farah Fawcett zijn overleden. Frank blijkt een groot fan van Michael Jackson te zijn. De rest van de tour heb ik constant nummers van Michael Jackson in mijn hoofd hangen, maar wat wil je als je zijn muziek zowat overal hoort.

Na het laatste warme stuk zijn we blij als we in Lone Pine bij motel Mt. Whitney arriveren. We duiken snel het zwembad (onze eerste duik sinds we vertrokken vanuit LA) in en nuttigen een paar koele Budweisers. We ontmoeten daar een man die met zijn zoon samen met de motor vanuit Colorado op weg zijn naar hun dochter/zus die ze al ongeveer 15 jaar niet gezien hebben. De dochter/zus woont in Arizona.

De avond wordt onvergetelijk in Jake’s Saloon: bier, pizza, poolbiljart en sjoelen. Jammer genoeg had de barmaid geen stift meer om een memootje achter te laten op de muur.

 

Feitjes van de dag:

·           275 mijl gereden

·           geen grizzly beren gezien

·           Michael Jackson overlijdt

·           Farah Fawcett overlijdt

 

 

Dag 7: Lone Pine – Las Vegas

We vertrekken al om half 7 na eerst getankt te hebben. Het wordt vandaag een heet dagje. Toch is het nog fris zo vroeg dus toch nog maar even de leren jas aantrekken. Het zijn lange rechte wegen met veel dips tot we aan de uitlopers van de heuvels rondom Death Valley komen, daar wordt het iets bochtiger, maar we kunnen goed doorrijden. We stoppen voor een stevig ontbijt. Op diezelfde plek ontbijt ook een groep Zwitserse motorrijders.

Na een heerlijk ontbijt gaan we weer verder. De zadels van de motoren zijn al lekker heet geworden.

Het wordt warmer en warmer en de leren jas is al verwisseld voor een spijkerjack. We rijden zo’n 30 mijl door woestijngebied en stoppen bij een shop om te pauzeren en om te tanken. Het is bloedheet, maar we zijn nog niet in het diepste deel van het dal. Ik verwissel mijn spijkerjack voor een T-shirt met lange mouwen Alleen het oversteken van de weg doet mijn hart al tekeer gaan.

We rijden verder richting Furnace Creek. Bij Furnace Creek bezoeken we het Visitor’s Centre en drinken we nog flink wat water. Bij de volgende stop is een grote parking en van daaruit kun je via een pad omhoog lopen van waaruit je een prachtig uitzicht hebt over een soort van maanlandschap. Ondanks de hitte lopen we op ons gemak het pad omhoog. Dit hadden we inderdaad niet mogen missen. Na de nodige foto’s rijden we weer verder door het bloedhete Death Valley. Hoe dieper je in het dal komt hoe heter het is.

We rijden nu echt richting Las Vegas. We hebben nog een tank- en drinkstop in een plaatsje zo’n 15 mijl voor Las Vegas. Dit is een deprimerende plaats, bloedheet. We rijden verder en ineens zie ik de Stratosphere Tower, ons hotel. Het gebied rondom The Strip is behoorlijk deprimerend. Hier zou ik nog niet dood gevonden willen worden. Het is ook ontzettend druk op de weg.

Aangezien we heel vroeg zijn gaan we eerst even shoppen in een gigantische Outlet. Lekker koel daarbinnen.

Daarna stappen we weer op onze bloedhete motoren en rijden we richting The Strip. Oh oh, dit is spannend, zeker aangezien het zo druk is en gezien de warmte (zo’n 45 graden).

Aangezien het er zo druk is rijden we maar een kort stukje over The Strip.  Ik ben blij want ik krijg al weer last van mijn linkerhand. We komen o.a. langs het Mandalay Bay Hotel, het Luxor hotel en hotel New York New York. Wat een nep-wereld, maar wel leuk om even gezien te hebben.

Na een enerverende rit door de stad (vanwege wegopbrekingen) komen we bij het hotel waar we de motoren in de parkeergarage zetten. Eerst een lekker koud biertje en dan inchecken. Ik zeg tegen Kees dat ik moeite heb om met mijn motor gedurende lange ritten het hoge tempo aan te houden. Hij geeft aan er de volgende dag rekening mee te houden.

Het inchecken neemt ongeveer 1 uur in beslag door gedoe met de Creditcard. We worden er alleen maar meer moe van.

Wat een gokkers allemaal en zo is het in ieder hotel.

Buiten krijgen we te horen dat onze motoren verplaatst moeten worden: ronduit belachelijk, want we staan normaal geparkeerd.

Dan naar de kamer, lekker douchen, want dat is echt nodig na zo’n hete, stoffige rit.

We gaan even The Strip op maar besluiten in het eigen hotel te gaan eten. Aangezien we te moe zijn en aangezien het nog steeds superwarm is en we niet veel zin hebben in deze nep-wereld gaan we op tijd naar bed.

 

Feitjes van deze dag:

·           227,8 mijl gereden

·           gemiddelde temperatuur: 45 graden

 

 

 

Dag 8: Las Vegas – Hurricane

Na een ontbijtbuffet in het hotel halen we de motoren uit de parkeergarage. Het is al bloedheet.

We rijden eerst langs Harley Davidson Las Vegas waar we drie kwartier de tijd krijgen om te kijken en te kopen. Ik koop een “tail-glove” (lederen hoesje om over mijn paardenstaart te doen) en Guus koopt een nieuwe Harley pet. Hij kan maar niet kiezen welk T-shirt hij wil. Het is hier stukken goedkoper dan in Nederland.

Het vervolg van de rit is heel saai en heet. Kees rijdt in een hoog tempo, zodat we op tijd in Hurricane zijn. Ik neem een klein beetje gas terug omdat ik helemaal zit te vibreren op mijn motor. Alles tintelt tot en met. Mijn handen, kont en voeten slapen helemaal. Henk haalt me in en gaat ervandoor met Kees. De rest van de groep blijft achter.

Bij de eerstvolgende stop geeft Kees aan het niet leuk te vinden dat ik gas terug nam, terwijl het de dag daarvoor nog met hem besproken was!? Er ontstaat een discussie over de te rijden snelheid en over het baksteensgewijs rijden, waar niet iedereen zich aan houdt. Er wordt afgesproken dat er iets minder snel gereden wordt.

We vervolgen de rit. Op zeker moment rijden we de staat Utah binnen en het landschap wordt iets mooier.

Snel komen we bij het hotel en zitten we aan onze traditionele “einde van de rit-Budweisers” en niet veel later in het heerlijke zwembad met bubbelgedeelte.

We hebben ’s avonds een heerlijke BBQ, maar we liggen toch weer op tijd in bed.

 

Feitjes van deze dag:

·           243,4 mijl gereden

 

 

Dag 9: Hurricane – Flagstaff

Na een tosti, bereid door Kees rijden we om 7 uur aan. Vandaag staat de op 1 na langste rit op het programma. We rijden over lange wegen met her en der wat bochten. We komen door een paar leuke dorpjes waar we een politie auto zien staan waar poppen in blijken te zitten. We arriveren bij de ingang van het Zion National Park. Ook hier hebben we weer een vrije rit van ± 25 mijl. Wat een prachtige rotsformaties in allerlei kleuren. In het park is het lekker rijden, met heerlijke bochten. Bij een van de bochten waar we even halt houden zien we een groepje wielrenners in volle vaart naar beneden rijden. Wat een durfals op die smalle bandjes. We maken veel foto’s. Op een gegeven moment moeten we door een tunnel. Deze tunnel is pikkedonker en blijkt zo’n 1,1 mijl lang te zijn. Ik schuif mijn zonnebril naar beneden, maar dat helpt niet veel. Ik heb het gevoel dat ik op de tast moet rijden. Sommige tegenliggers geven lichtsignalen, maar ik heb geen idee waarom. Als we uit de tunnel komen geeft Guus aan dat ik moet stoppen. Je hebt geen licht! Ach, daarom zag ik al niets in die tunnel. Ik zet het licht op “groot licht”, maar na een korte tijd gaat dat licht ook uit.

Bij de afgesproken stop (Camel Junction) drinken we wat en proberen we foto’s te maken van drinkende kolobri’s. De sluitertijd van de camera moet flink bijgesteld worden. We geven aan dat mijn licht kapot is, maar Frank zegt dat ik niet echt licht nodig heb (!?) en we ’s avonds zullen kijken of we het kunnen repareren. We moeten een tijdje op Mark wachten. Uiteindelijk arriveert hij. Hij dacht dat hij ons al voorbij gereden was en was zo’n 10 mijl terug gereden.

We vervolgen onze weg door de prachtige bossen. De temperatuur is heerlijk. We lunchen op een leuke plek waar we een museum medewerkster uit Flagstaff ontmoeten. Ze geeft ons kaartjes voor het museum waar ze werkt.

We vervolgen onze weg en het landschap wordt steeds ruiger. Vanaf de laatste stopplaats voordat we naar beneden rijden kijken we heel ver weg over het landschap: Canyon-achtige rotsen overheersen het landschap. Prachtig!!! Ik waan me in een Western film.

We stoppen nog diverse keren om leuke plekken te bewonderen, zoals de Navajo Bridge waar we in de diepte rubberbootjes zien varen op de Colorado rivier. We moeten weer flink drinken want het is weer bloedheet. We rijden flink door en om een uur of 4 arriveren we in Flagstaff bij het Days Inn motel waar we het zwembad induiken. Frank vindt het niet echt nodig om het licht te repareren, maar ik geef aan dat ik de volgende ochtend niet wil vertrekken zonder een gerepareerd licht.

Henk vraagt of ik ooit een ANWB cursus heb gevolgd, want hij vindt mijn bochtenwerk niet goed. Ik geef aan niet vol vertrouwen op deze motor te rijden en daarom wat minder snel door de bochten te gaan.

Het avondeten nuttigen we bij Granny’s closet. Daarna gaan we weer lekker vroeg slapen.

 

Feitjes van deze dag:

·           264,2 mijl gereden

·           We ontmoeten een groep van Route66reizen in ons motel

 

 

Dag 10: Flagstaff

Henk en Kees repareren het licht van mijn motor. Er blijkt kortsluiting te zijn geweest. Ik ben van plan om vandaag wat op het bochtenwerk te gaan letten.

We ontbijten in het hotel. Daarna vertrekken we richting Grand Canyon. Vanaf de eerste tankstop hebben we een vrije rit van ± 30 mijl tot bij een trading post van Indianen. Dit is een leuk winkeltje waar ze allerlei Indianen spulletjes verkopen. Van daar uit vertrekken we richting Grand Canyon Airport voor een helikopter vlucht over de Grand Canyon. Na allemaal gewogen te zijn en na de vlucht te hebben betaald (zijn we eindelijk van die Traveler Cheques verlost) vertrekken we met z’n zessen in 1 helikopter. We vliegen eerst over het Kaibab National Park (hoogte plateau met naaldbomen). In de diepte zien we een trein rijden. In de verte zien we de ravijnen al. We komen steeds naderbij. Tijdens de vlucht hebben we een koptelefoon met prachtige muziek. Wat een ontzagwekkende natuur!!!

Na de vlucht rijden we naar het IMAX theater voor een film over de Grand Canyon. De film viel tegen omdat de kwaliteit van het beeld niet al te best was. Ik werd af en toe een beetje misselijk en had zelfs moeite om wakker te blijven. Naderhand bleek ik niet de enige te zijn geweest. We lunchen bij Wendy’s. Teruggekomen bij de motoren merk ik dat ik mijn tas heb laten hangen bij Wendy’s. Ik ren terug en gelukkig blijkt een Russische toerist het voorval te hebben gezien en mijn tas aan het personeel te hebben gegeven. Ik ben nog nooit zo opgelucht geweest.

We hebben weer een vrije rit van ± 25 mijl. We stoppen bij diverse view points om de ontzagwekkende natuur van de Grand Canyon te aanschouwen. We arriveren uiteindelijk bij het afgesproken punt “Desert View” waar we ongeveer een half uur op de anderen wachten. Ondertussen hebben we een leuk gesprek met een van de reisleiders van Route66reizen.

Uiteindelijk arriveert de rest en blijkbaar is er al afgesproken dat er voor het vervolg van de rit flink doorgereden gaat worden. Degenen die niet zo snel willen kunnen achter de volgwagen aan. Ik vind het een vreemd voorstel, maar besluit dan maar achter de volgwagen aan te gaan, want ik heb niet veel zin om met snelheden van 75 mijl per uur door bochten te gaan vliegen, tenminste zo wordt er over het vervolg van de rit gepraat.

Guus en ik rijden achter de volgwagen aan. We vinden dit absoluut niet leuk omdat we nu helemaal van de groep afgescheiden zijn. Ik houd mijn ogen even niet droog, maar aangezien dat een beetje gevaarlijk rijden is verman ik me. Onderweg hoor ik iets rinkelen en het lijkt alsof er iets van mijn motor afvalt, maar dat lijkt me ver gezocht, dus ik let er verder niet op.

We rijden Flagstaff binnen en bij 1 van de verkeerslichten waar we moeten stoppen vraagt Guus of er misschien iets mist aan mijn motor. Hij wist het niet zeker, maar hij had iets vlak langs zich heen zien vliegen onderweg. Het blijkt dat een van de hitteschildjes van de uitlaat weg is. De Amerikaanse wegen zijn vaak behoorlijk slecht, dus ik vind het niet vreemd dat er iets af is getrild.

Bij het motel aangekomen zit de rest te wachten op het grasveldje bij het zwembad. Frank stapt uit en ik zeg hem dat er iets van mijn motor is afgetrild. Guus zegt daarbij dat dat “ding ”bijna” tegen hem aan was gevlogen en dat hij daarvan was geschrokken. Dit schiet Frank in het verkeerde keelgat en er ontstaat een flinke discussie over mijn motor. Hij vindt dat wij teveel klagen over de motor en uiteindelijk flapt Frank eruit dat “de groep heeft aangegeven dat Guus en ik hun ophouden”. Het is alsof ik een klap in mijn gezicht krijg. Ik heb alleen aangegeven dat er af en toe iets niet helemaal goed is aan de motor, maar ik heb hier absoluut niet over lopen zeuren. Daarbij geef ik aan dat mijn gevoel om veilig te willen rijden gebagatelliseerd wordt. En waarom heeft de groep dan niet eerder aangegeven dat wij te langzaam rijden? Frank geeft aan dat je best harder mag rijden dan de aangegeven snelheden, want alle Amerikanen doen dit. Hier ben ik het dus absoluut niet mee eens.

We besluiten het maar even te laten rusten en we gaan een biertje drinken bij de groep.  Daarna gaan we naar onze kamer en Guus en ik zien het even helemaal niet meer zitten. Ik besluit om ’s anderendaags bij de briefing mijn bedenkingen en gevoelens in de groep te gooien.

We eten lekkere Sushi in een restaurant waar blijkbaar veel studenten komen. Flagstaff is een universiteitsstad. Ik heb echter geen zin om vrolijk te doen. Ik voel me ontzettend kut. Ik slaap nauwelijks.

 

Feitjes van die dag:

·           184,2 mijl gereden

 

 

Dag 11: Flagstaff – Kingman

Ik sta doodmoe op. Na een klote-ontbijt in het hotel gaan we om 8 uur naar de motoren. Vóór Frank begint met de briefing vraag ik om een woordje te mogen doen. Dat moment gebruik ik om mijn gevoelens en mening te uiten over wat de dag daarvoor is voorgevallen en dat ik het niet meer zie zitten als op die manier (wij met z’n tweetjes achter de volgwagen) gereden gaat worden. Ik heb het gevoel gekregen dat ik de vakantie van de groep heb zitten verpesten omdat ik wat langzamer rijdt dan de anderen. Verder geef ik aan het niet eens te zijn met de manier van rijden en me aan de verkeersregels wil houden. Ik gooi er alles uit en ik laat mijn gevoelens (tranen) de vrije loop. Ik vraag de reisleiders ook om mijn gevoelens over de motor niet te bagatelliseren: “Je hebt geen licht nodig” op de motor. Hoe kom je erbij! Als motorrijder wordt je beter gezien als je goed licht voert.

Frank is opgelucht dat ik alles er uit heb gegooid en er ontstaat een discussie over hoe het verder moet. Ik geef zelf aan dat ik bereid ben om achteraan (voor de volgwagen) te gaan rijden zodat de rest van de groep niet door mij wordt opgehouden, voornamelijk bij het bochtenwerk. Als we achterop raken dan wacht de groep wanneer blijkt dat we ergens links- of rechtsaf moeten. De groep gaat hiermee akkoord.

Het eerste gedeelte van de route heeft meteen behoorlijk scherpe bochten. Het gaat niet lekker en Guus en ik raken achterop. Uiteindelijk komen we weer bij de groep. We rijden naar het plaatsje Jerome waar we Ghost Town en Don gaan bezoeken. Don heeft een oude mijn opgekocht en bij die mijn heeft hij een verzameling oude motoren, auto’s en machines. Ghost Town ligt nogal hoog en is alleen bereikbaar via een grindweg. Ik ga met de pickup mee naar boven, want ik heb een hekel aan dat grind. Het is bloedheet daarboven en ik voel me nog steeds niet echt lekker. Don laat zijn hele machinerie zien en horen.

We rijden weer verder. De wegen worden steeds langer en rechter. We zitten trouwens sinds deze ochtend op de Historic Route 66.

Ik begin me uiteindelijk beter en opgewekter te voelen.

We stoppen vervolgens in een typisch Route 66 plaatsje, Seligman, om te lunchen en om te wachten op een gigantische bui die eraan zit te komen. Mark wil hier ook naar de kapper, maar die blijkt siësta te houden tot 3 uur.

We lunchen bij de Snow Cap Drive Inn. We worden hier op allerlei grappige manieren beetgenomen.  Onze lunch, met nummer 8, bestaat uit Fish and Chips. Ik koop een aantal leuke Route 66 souvenirs. Volgens de bewoners duurt het ongeveer drie kwartier voor de bui overtrekt, maar het lijkt veel langer te gaan duren. We besluiten toch maar verder te rijden. De luchten voor ons worden steeds dreigender en het begint steeds harder te waaien. De regenkleding en leren jassen worden aangetrokken. Ik besluit niets over mijn spijkerjasje aan te trekken. Het begint een beetje te regenen, maar we worden nauwelijks nat. We rijden verder en verder en ineens zien we in de verte de zon weer doorbreken. Links en rechts daarvan hangen nog steeds donkere wolken. In no time rijden we weer in zonnig weer en wordt het warmer en warmer. Ik ben blij geen leren jas te hebben aangetrokken. De luchten zijn wel zoooo prachtig.

Om 18.30u. arriveren we bij motel 6 in Kingman. Jammer genoeg kunnen we geen gebruik maken van het zwembad. ’s Avonds eten we snel bij Taco Bell waarna we weer vlug in bed duiken.

 

 

Feitjes van deze dag:

·           236,8 mijl gereden

·           ik heb er weer zin in

 

 

Dag 12: Kingman – Palm Springs

Het is al heel warm als we om 8 uur verzamelen bij de motoren. Het eerste stukje is vlak en dan komen er weer bochten. Ik heb weer meer zelfvertrouwen dan gisteren. Het is fijner als er niemand achter me rijdt. Er zitten een paar haarspeldbochten bij, maar ik zit niet meer gespannen op de motor. We rijden richting Oatman. Dit gebied is bekend om z’n loslopende ezels. In Oatman ontbijten we in een gelegenheid die heel gezellig en heel Cowboy-achtig aan doet. In dit dorpje worden in de namiddag showduels gehouden, zoals in de Cowboy tijd. In de eetzaal staat een oude piano met een pop. Als je 25 dollarcent in de piano stop begint deze te spelen, maar wel zoooo vals!

Daarna hebben we nog een vrije rit met flink veel bochten. Het gaat super. We rijden langzaam richting de Mojave Desert waar ons een lange rit (± 100 mijl) in de hitte te wachten staat en waar we nergens kunnen tanken. Gelukkig is het een beetje bewolkt en is de hitte enigszins te verdragen.

Frank is al diverse malen fout gereden vandaag en hij moet de volgwagen bellen om erachter te komen waar deze zich bevindt. Uiteindelijk zien we elkaar weer. Na de noodzakelijke tankbeurt rijden we de Mojave Desert in. We stoppen een paar keer om te rusten en om te drinken. Bianca komt de langverwachte “schoenen-boom” tegen waar ze 1 versleten motorlaars achterlaat.

Voor we Palm Springs binnenrijden komen we langs een windenergie park waar ontelbare windmolens staan. De meesten draaien niet eens.

Uiteindelijk rijden we Palm Springs binnen. Ik noem het maar “Botox-town”. Hier bevindt zich de ene plastisch chirurg naast de andere”. We arriveren bij motel 6. Het blijkt het verkeerde motel 6 te zijn, maar we mogen blijven. Ze hebben een heerlijk zwembad waar we heerlijk in kunnen afkoelen. Frank en Kees gaan met de pickup naar de afhaalchinees. Dit blijkt een goed idee te zijn geweest. Aan het zwembad zitten we heerlijk te smullen met z’n allen. We hebben nog een lollige, zweterige avond met een paar Bacootjes.

Om half elf duiken we ons bed in.

 

Feitjes van deze dag:

·           244,8 mijl gereden

·           Frank rijdt “tig” keer verkeerd

·           Mark rijdt bijna een ezel omver

·           Mark vliegt bijna uit de bocht (had ie maar naar mij moeten luisteren haha)

 

 

Dag 13: Palm Springs – Los Angeles

We vertrekken om 8 uur en besluiten onderweg te ontbijten. We rijden eerst over een weg met ontelbare verkeerslichten die gelukkig allemaal op groen staan. Snel blijkt dat Kees te ver is doorgereden. Het wordt even zoeken. Bij sommigen komt een beetje ergernis opzetten. De volgwagen zijn we ook even kwijt. Al snel komen we op de juiste Highway die overgaat in leuke bochten. Guus begint langzamer te rijden. Ik erger me een klein beetje want ik zit nu eindelijk lekker in de bochten. Hij stopt en zegt zich niet lekker te voelen. Tja, nog niet ontbeten! We rusten even en rijden weer verder. We komen in een leuk landschap met bergen en naaldbomen terecht. Na een tijdje zien we de groep wachten op een parkeerplaats bij een kleine supermarkt waar we wat te eten en te drinken kopen. Het is iets frisser geworden dan wat we gewend waren de laatste dagen. De bochtige weg vervolgt en het duurt vervolgens een hele tijd vooraleer we weer met de groep herenigd worden. Ik kreeg het toch wel een beetje benauwd. We rijden even over een drukke weg, maar uiteindelijk gaat het weer over in rustige bochten. We stoppen bij een prachtig uitkijkpunt met uitzicht over Lake Elsinore. We besluiten door te rijden tot “Hell’s Kitchen”waar we kunnen lunchen. We rijden Hell’s Kitchen bijna voorbij. Niemand heeft echt veel honger, dus we drinken alleen wat.

We vervolgen onze weg die nog steeds heel bochtig is en we raken de groep weer kwijt. Het bochtenwerk gaat nog steeds goed. Ik heb veel geleerd deze vakantie! We komen uit de bergen en gelukkig zien we op tijd de groep weer vlak voor we rechtsaf moeten op de Interstate richting LA. Ik ben opgelucht, want als je zo’n tijd apart rijdt van de groep begin je te twijfelen of je elkaar misschien toch ergens gemist hebt.

Het is vreselijk druk op de weg. We hadden eerst nog getankt en helaas ging het bij dat tankstation toch nog even mis. Ik reed om de pompen heen (kon niet anders om weer van de parkeerplaats af te komen), komt er ineens een Ford Mustang uit de andere richting waar ik plots voor moet remmen. Net op die plek helde de parkeerplaats behoorlijk. Ik kon niet anders dan de motor weer op zijn kant te laten gaan. Gelukkig zitten er die enorme valbeugels op waardoor er alleen maar geringe schade was aan de richtingaanwijzer. Twee vriendelijke negers hielpen mij de motor weer overeind te zetten.

Na een behoorlijk stuk snelweg komen we steeds dichter bij de plaats waar we de motoren moeten afleveren. Dan en zijn assistenten wachten al op ons. Gelukkig doen ze niet moeilijk over de geringe schade en het hitteschild dat ik onderweg ben kwijt geraakt. Ik meld Dan dat de motor inderdaad slecht in zijn vrij te krijgen was en dat ie absoluut niet soepel schakelt. Hij zegt dat het een ouwe koppige motor is en wellicht aan vervanging toe is.

Met het busje worden we teruggebracht naar het Hacienda Hotel.

Die avond eten we heerlijk Japans schuin tegenover het hotel.

’s Avonds krijgt iedereen een leuk kado van Frank en Kees: een heel gedetailleerde Amerika route-atlas waarin ze met een highlighter precies de routes hebben aangeduid (inclusief de wegen die we fout zijn gereden) die we al die dagen hebben gereden.

 

Feitjes van deze dag:

·           195,9 mijl gereden

·           van zeer warm weer in de ochtend naar zeer koel weer in de avond

·           de LAPD vangt in no time de dief van een mobiele telefoon (op de parking waar we de motoren hebben ingeleverd).

 

 

Dag 14: Los Angeles

Eindelijk eens lekker uitslapen!. Om 9 uur ontbijten we en om 10 uur gaan we met z’n zevenen (Frank en Kees gaan alleen op stap vandaag) naar Santa Monica Boulevard waar we ieder ons weegs gaan. We gaan eerst via de boulevard wat wandelen. We zien veel joggers, zwervers en mensen die hun hondje uitlaten. Er hangt veel mist boven de oceaan. Uiteindelijk steken we over richting 3rd Street met al z’n winkels. Het is er nog niet druk. We kopen niets. We gaan terug naar het strand naar de boulevard waar we afdalen naar de kustweg en op een strandpad gaan wandelen. Hier wordt veel gefietst en geskate. Langzaam wordt het wat drukker. We wandelen eerst een klein stukje voorbij de Santa Monica pier, maar al gauw gaan we de pier op. Er is van alles te doen. We eten een ijsje en later lunchen we in een Mexicaans restaurantje langs de boulevard: kip met kokos en rijst met zwarte bonen.

We gaan opnieuw naar 3rd Street waar het intussen drukker en gezelliger is. Ik koop een mooie sweater (in de uitverkoop uiteraard haha), want het is intussen stukken frisser geworden.

Daarna gaan we weer terug naar de pier waar het ondertussen nog drukker en gezelliger is geworden. Er zijn veel artiesten die hun kunsten vertonen of ten gehore brengen. Ook zijn er leerlingen van de New York Trapeze School aan het oefenen. We kopen nog wat souvenirs. Rond 4 uur zien we de anderen weer. We gaan gezamenlijk met de taxi terug naar het hotel. We eten snel wat vlakbij het hotel. Daarna nemen we afscheid van Theo en Bianca die al heel vroeg in de ochtend het vliegtuig nemen terug naar Curaçao.

We gaan vroeg naar bed want we moeten vroeg opstaan voor onze reis terug naar Nederland. Eerst overhandigen we Frank en Kees een afscheidskadootje: een handige thermoskan die ze voor hun volgende reizen goed zullen kunnen gebruiken.

 

 

Dag 15: Los Angeles – Amsterdam

Al om 04.30u. uit de veren na een rusteloze nacht.

Om 05.15u. worden we naar LAX gebracht met het hotelbusje.

We vliegen eerst een uur of 4 naar Washington DC waar we er uit moeten. Gelukkig hoeven we deze keer onze bagage niet opnieuw in te checken. Ik slaap wat tijdens de ruim 7 uur durende vlucht naar Amsterdam. We komen tijdig aan op Schiphol.

 

 

Dag 16: Amsterdam – Eindhoven

Rond 8 uur zitten we weer in de trein richting Eindhoven nadat we afscheid hebben genomen van de anderen. Moe maar voldaan arriveren we in Eindhoven waar het heel warm is.

 

 

 

Tips voor mensen die een motortour willen gaan maken:

·          Neem niet te veel kleding mee. Je kunt beter 1 of 2 flessen deodorant spray meenemen waarmee je je kleding (dan bedoel ik voornamelijk broeken) kunt verfrissen. Hang ’s nachts je broeken dicht bij de airco ter verfrissing.
Je reist het best licht aangezien de bagage iedere dag weer in- en uitgeladen moet worden.

·          Bereid jezelf voor op veel rijden in heuvels en bergen met veel bochten.

·          Probeer je zoveel mogelijk aan de verkeersregels te houden. Oom agent is heel aanwezig op de Amerikaanse wegen.

·          Spreek al aan het begin van de reis de rijstijl af voor de groep. Ben je een rustige rijder geef dat tijdig aan. Je kunt beter in het begin van de reis tot een compromis komen.

·          De tour is vermoeiend, probeer dus goed uitgerust aan de reis te beginnen.

 

Lutgart van Kollenburg