Western Discovery Classic van  2 – 17 sept. 2006
Reisverslag van onze USA Motorreis van de Western Discovery Classic van  2 – 17 sept. 2006
De laatste jaren had ik een droom, namelijk een motortoertocht maken aan de westkust van de Verenigde Staten. Dat zou dan moeten gebeuren, nadat ik in april 2005 met de VUT zou zijn gegaan.
Toen mijn vrouw en ik het programma van Huub Stapel op de televisie zagen, waarin hij een toertocht maakte met USA motorreizen, liet mijn vrouw mij weten, dat ik die droom maar moest gaan waarmaken nadat ik met de VUT was gegaan. Zij vertelde meteen geen interesse te hebben om een dergelijke tocht achter op een motor mee te maken. Ik moest het maar alleen doen.
Op de motorbeurs in Utrecht van 2006 stond André van USA Motorreizen en na een gesprek met hem, stond mijn besluit vast. Ik zou op 3 september 2006 meegaan met de Western Discovery Classic, volgens de makers de meest boeiende, maar ook de zwaarste tocht. Het zou een tocht worden van ruim 4000 kilometer in 12 rij-dagen, dus dat beloofde wat….
Omdat ik thuis zelf op een Honda ST1100 rijd, besloot ik voor een andere machine te kiezen. Ik wilde wel eens kijken hoe een chopper reed en ik bestelde een Suzuki Volusia, maar uiteindelijk zou ik in Los Angeles een Honda Shadow 1100 onder mijn kont krijgen. Een vrouw, die meereed, voelde zich niet happy op de door haar bestelde Shadow en vroeg mij te ruilen, hetgeen ik geen bezwaar vond.

 
Dag 1: Amsterdam - Los Angeles
Goed….zaterdag 2 september 2006 was het zover. Ik werd door mijn vrouw en jongste zoon weggebracht. Snel afscheid nemen, want de bekeuringen zijn niet mals op Schiphol, als je te lang blijft staan. Daarna was het verzamelen om 10:00 uur in hal 3 bij gate 26 en omdat ik redelijk vroeg was, was ik een van de eersten. Kijken naar mensen, die of in spijkerpak, of in een lederen motorjack, of met een motorhelm in hun hand de hal binnen kwamen lopen. Je haalde ze er zo uit. Ook zij keken naar helmen, motorjacks en/of spijkerkleding.  Het bleek, dat er twee groepen zouden vertrekken naar Amerika, een groep die de Western Discovery Classic zou doen en een groep, die de Western Highlichts zou rijden. In totaal 50 man zouden de oversteek maken.
Namens USA motorreizen heette André ons welkom en verstrekte ons de nodige bijzonderheden. Een daarvan was, dat we bij de overstap in Washington onze bagage moesten ophalen, om die wederom door de douane heen te loodsen. Dit allemaal in het kader van de veiligheid.
Nadat we de boarding tickets in ontvangst hadden genomen, ging het door de beveiliging. Er werden allerlei vragen gesteld, schoenen moesten uit en alle vloeibare en semi-vloeibare voorwerpen werden afgepakt en vernietigd, omdat die niet in de handbagage het vliegtuig in mochten.
Het vliegtuig, een Boeing 777 van United Airlines, was afgeladen vol en vertrok op tijd richting Washington, een vlucht van iets meer dan 8 uur.
Bij binnenkomst in het vliegtuig werden we welkom geheten door een stewardess, die de moeder van Eucalypta uit Paulus de Boskabouter had kunnen zijn. Dat was schrikken. Je verwacht toch een representatief iemand, maar zij deed pijn aan mijn ogen. De leeftijd was volgens mij ver boven de 60 en ook de andere stewardessen blonken niet uit in schoonheid. Maar zij doen hun werk wel naar behoren en daar worden ze uiteindelijk voor betaald. Ik heb uiteindelijk geen enkele mooie stewardess gezien bij United Airlines. Na aankomst in Washington moesten we weer met de hele zooi door de douane, weer schoenen uittrekken en de gehele poppenkast over je heen laten gaan. Ik heb zo het idee, dat men behoorlijk paranoia is in Amerika.
In Washington moesten we drie uur wachten op de vlucht naar Los Angeles en kon je een beetje kennis maken met je medereizgers. Bleek een gemêleerd gezelschap te zijn van een aantal echtparen, waaronder twee Belgische. Verder een aantal alleenreizenden, een vader met twee zoons en een vader met een zoon. In totaal 24 man/vrouw, waaronder een aantal duo’s en 21 motoren. Ook zat Lucien, bijnaam Eus, in het vliegtuig en hij bleek een van de begeleiders van onze tocht te zijn. Een echte Amsterdammer, die het hart op de tong had en met heel veel humor. We kwamen in het donker aan in Los Angeles en ik keek mijn ogen uit. Zo groot en zoveel lichtjes, onvoorstelbaar.
Na het ophalen van de bagage, ging het met de shuttlebus naar hotel Hacienda, dat gelukkig maar 5 minuten van het vliegveld lag.
In het hotel stond Jos bij de balie ons op te wachten. Jos is een van de bazen van USA motorreizen en hij zou als vooroprijder gaan functioneren. Hij kende de weg wel, want hij had de route al een keer of 40 gereden, maar hij vond het nog steeds elke keer een uitdaging om de tocht met de ploeg naar ieders tevredenheid te volbrengen.
Nadat de kamers waren verdeeld voor de nacht, bleek mijn maatje Bert te zijn, een man van 65 jaar, die een paar jaar daarvoor al een keer de bekende Route 66 had gereden. Ik zou de komende nachten veel met hem te maken krijgen, want snurken had hij uitgevonden. Hele bossen werden door hem omgezaagd en volgens mij stond er geen boom meer overeind in Los Angeles en omgeving.
Door zo’n lange en vermoeiende vlucht, in totaal meer dan 13 uur vliegen, was je geestelijk een beetje over het dode punt heen. Dat bleek wel bij Bert. Hij had voor het slapen gaan de wekker om 07:30 uur gezet. Maar…. Om 01:00 uur ging de telefoon. Ik nam op, maar niemand was er aan de andere kant van de lijn. Ik zag wel dat Bert opstond en naar de badkamer liep. Even later hoorde ik de douche lopen en kwam Bert na een aantal minuten fris gewassen uit de douche. Toen ik hem vertelde dat het pas 01:15 uur was, vertelde hij dat hij gedacht had dat de wekker was afgelopen. Geen probleem, vond hij. Dan was hij alvast gewassen bij het opstaan, hij stapte in zijn bed en viel als een blok in slaap. Zelf sliep ik niet zo denderend…….

Dag 2:    Los Angeles – Ensenada (Mexico)
Na een typisch Amerikaans ontbijt vertrokken we om 09:30 uur naar de loods, waar de huurmotoren klaar stonden.
Daar bleek dat de volgauto met aanhangwagen, waarin de bagage en de reservemotor zouden worden vervoerd, bemand zou worden door Kim, de dochter van Jos en haar man Jan.
Beiden waren de week daarvoor getrouwd en hadden hun wittebroodsdagen in New York doorgebracht, waarna zij waren doorgevlogen naar Los Angeles. Voor Jan was het de eerste keer dat hij mee zou gaan en hij zou het perfect gaan doen. Ook een jongen met heel veel humor, die goed in de groep paste en niet verlegen was.
De motoren werden door de twee ploegen bijna tegelijk opgehaald, zodat het nog wel even duurde, voordat we op weg konden.
Nadat de motoren verdeeld waren en we kennis hadden gemaakt met de motoren ( ik moest wel even wennen aan de Shadow, want het zit wel anders als een Pan European) ging het op pad. We zouden een groot gedeelte, tot aan de Mexicaanse grens, via de highway gaan rijden.
In Nederland is het begrip “stad uit” maar beperkt. Je kunt binnen een half uur Amsterdam uit zijn, maar “stad uit” in Los Angeles is andere koek. Dat duurde bijna een halve dag. Ongelooflijk, hoe groot die stad met zijn voorsteden is. De highway bestond uit 4 – 5 rijstroken en een ieder houdt daar zijn eigen rijstrook, hetgeen inhield, dat je links en rechts werd ingehaald. Dat was even wennen, maar het went verbazend snel en men is in Amerika niet zo gestresst als in Nederland en men laat je er rustig invoegen.
Vlak voor San Diego ging het even fout, toen mijn voorganger grote gaten liet vallen met zijn voorgangers. De grote meute was rechts af geslagen, terwijl mijn voorganger links aan hield. Ik zag op het allerlaatse moment, ergens ver weg in mijn ooghoeken, dat de club rechts af geslagen was en ik kon nog net via het verdrijvingsvlak op de juiste weg komen, waarna ik op topsnelheid de ploeg moest gaan inhalen, want die had er de sokken ingezet. Mijn voorganger en zijn zoon reden door, maar werden door Eus, die als laatste reed, ingehaald en later bij de grens teruggebracht, waar wij stonden te wachten.
Het verschil tussen Amerika en Mexico is schrijnend. In Mexico is heel veel armoede en velen wonen in huizen, waar je in Nederland nog niet eens schapen in onder brengt.  Het is begrijpelijk dat veel Mexicanen proberen om Amerika binnen te komen.  Die zitten daar niet op illegale Mexicanen te wachten en hebben hun grens met een meters hoog ijzeren hekwerk omzoomd. Toch drijft de economie in het zuiden van Amerika op miljoenen illegale Mexicanen, die het vuile werk doen en daar uitermate sober voor worden betaald.
In Mexico werd de highway verlaten en ging het via een mooie en bochtige weg naar Ensenada, waar ons hotel lag te wachten. In Ensenada stopten we voor een kleine maaltijd en dat bleken taco’s te zijn.  Niet zo bijster interessant. Wat wel interessant was, was het aantal sjacheraars en bedelaars, dat ons bleef lastig vallen. Straatmuzikanten, die zo vals als een kraai zongen en speelden en daar geld voor wilden hebben. De ene was nog niet weg, of de volgende stond al weer voor je neus.
Kleine kinderen met allerlei prullaria, die wat wilden bijverdienen. Het leken de negers op Gran Canaria wel, die “echt goud” en “echte Rolexen” te koop aanboden en als vliegen op de strooppot op je af bleven komen
Een van die gasten maakte het wel helemaal bond. Hij liep naar elke motorrijder en liet weten, dat hij op diens motor had gepast en of hij daar maar een fooi voor kon krijgen. Dat gebeurt in Amsterdam ook wel, maar daar heeft het met criminaliteit te maken. Want als je niet betaalt, heb je kans dat een paar deuken in je auto getrapt krijgt of dat je een paar blauwe ogen oploopt.
In Mexico is het bedelen om te overleven.
Na het eten van de taco’s was het een klein stukje naar het hotel San Nicolas. Een schitterend hotel met een mooi zwembad en waar de motoren voor de nacht achter het hek werden geparkeerd. Daar was namelijk een bewaker, die de voertuigen van de hotelgasten bewaakte.
Na de duik in het zwembad werden nog even de benen gestrekt met een wandeling in de omgeving, maar Ensenada was niet zo veel bijzonders en na een biertje, werden de bedden opgezocht.
Afgelegde afstand ruim 340 km.

 
Dag 3:  Ensenada – Galexico/Mexicali
Na het ontbijt volgde het vertrek om 09:30 uur en ging het richting Tecate. De rit ging door de bergen en door een dor en droog landschap via een mooie, bochtige weg. De stop voor de middagmaaltijd was bij Mc. Donalds. Ik ben niet zo’n liefhebber van Mc. Donalds, maar daar was airco en dat was heel aangenaam, want het was behoorlijk warm.
Na de hamburger met de coke ging het richting grens met Amerika. We reden via een schitterende weg door de bergen, waar tol voor betaald moest worden. Vlak bij de grens stond een lange file en Jos deed iets wat hij al vaker daar gedaan had, namelijk halverwege de file als het ware “inbreken”, omdat hij geen zin had achter aan te sluiten. Maar een fanatieke motoragent liet duidelijk weten daar niet van gecharmeerd te zijn en we moesten maar “opdonderen” en achteraansluiten. Hierop besloot Jos een andere route te kiezen en via een werkelijk schitterende tolweg door de bergen ging het naar de grens. Het was een tweebaansweg bergafwaards zonder tegenliggers, want die reden op een paar honderd meter afstand naar boven. Geweldige bochten, waar je op je gemak en op eigen snelheid je stuurmanskunsten kon tonen, zonder bang te zijn in een bocht op een tegenligger te botsen. Heerlijk….Motorrijden in optima forma.
Mexicali/Calexico is een grensstad. Mexicali is een samenvoeging voor de spaansprekenden van Mexico en Californie en Calexico is voor de engelssprekenden een samenvoeging van Californie en Mexico.
Ook hier was een heel lange file van Amerikanen, die terugkeerden naar hun huis in Amerika. In dat weekeinde was namelijk Laborday geweest, een vrij weekeinde, waarin alle Amerikanen er op uit trekken met hun gezin.
Hier deden we ook weer brutaal en braken halverwege met de motoren in in de file. Heftig geclaxonneer was ons deel, maar daar trokken we ons niets van aan. Drie rijen dik schoof men heel langzaam naar de grens, 5 meter vooruit, stoppen en dan weer 5 meter vooruit.  We zouden er uiteindelijk anderhalf uur over doen om de twee kilometer naar de grens te overbruggen. Dat was geen pretje, want de temperatuur wees 50 graden celsius aan en sommige motoren bezweken onder de hitte en moesten geduwd worden. Ook een aantal rijders zag het niet meer zitten en werd onwel van de hitte en koolmonoxyde. Stel je voor, dat we achteraan de file hadden moeten aansluiten. Het leed zou niet te overzien geweest zijn. Nadat de grens gepasseerd was, was het maar een klein stukje naar het hotel. Iedereen was kapot en een duik in het zwembad was dan ook zeer welkom. Ook de nodige biertjes gingen er rap in.
Jos vertelde dat hij altijd met de ploeg bij een Chinees ging eten, maar dat de zaak gesloten was.
Wat gebeurde er…. Er kwam een auto voorbijrijden met daarin een Chinese bestuurder. Die zag de motoren staan en begreep, dat USA motorreizen in het land was. Het was namelijk de eigenaar van het restaurant en die besloot spontaan voor ons open te gaan. Heerlijk gegeten, waardoor de ellende van de grensovergang snel vergeten was. Daarna terug naar het hotel voor de nachtrust.
Afgelegde afstand ongeveer 280 km.

 
Dag 4   Calexico – Prescott
Na een niet zo bijzonder ontbijt en nadat de nodige flessen water waren ingeslagen, ging het na het tanken richting Prescott. In het begin waren het alleen maar heel lange rechte wegen, waar geen eind aan scheen te komen. We kwamen langs percelen, waar 10.000-en koeien onder afdaken stonden te wachten, tot ze gehaald zouden worden om verwerkt te worden tot hamburgers. Geen enkele vorm van uitloop, alleen maar staan en liggen. Ik besloot om voorlopig geen hamburgers meer te eten.
Er werd voor een verfrissing gestopt bij een winkel in Glamis Sand Hills, een zandwoestijn in de middle of nowhere.  De weg door die woestijn had zgn. dips, hetgeen inhield, dat je plotseling een aantal meters daalde en dat je je voorganger even niet meer zag. Af en toe kwam je maag omhoog, hetgeen een bijzonder gevoel gaf.
Na de lunch ging het verder via lange, strakke wegen, die kilometers lang waren. Wegen alsof ze langs een lineaal waren aangelegd. Bijzonder saai en de bergen schenen maar niet dichterbij te komen.
Uiteindelijk ging het de bergen in en werd het weer een feest om te rijden. Schitterende uitzichten, een perfect wegdek en mooie bochten. Boven op de top werd getankt en gewacht op iedereen en daarna ging het weer via een mooie, bochtige weg door de bossen naar beneden. Heerlijk om zo te kunnen rijden en de saaie wegen waren alweer snel vergeten.
Ons doel in Prescott was Motel 6 en daar waren we rond 18:15 uur. Ook daar was een zwembad, maar het water was aan de koude kant, zodat het badderen niet al te lang duurde.
De avondmaaltijd nuttigden we in een restaurant met de naam Denny’s. Je ziet veel van dergelijke restaurants, waar je lekker kunt eten en ook kunt ontbijten. We werden geholpen door een kittige serveerster, die mijn ideale schoondochter had kunnen zijn. Ze studeerde nog en het serveren was voor haar een bijverdienste. Vlotte babbel en goed voor haar werk. Het gekke in Amerika is, dat bedienend personeel onder 18 jaar geen alcohol mag serveren en uitschenken. Met 16 jaar mag je wel autorijden, maar een biertje schenken is uit den boze. Onze serveerster was net 18 jaar geworden en daarom mocht ze ons serveren en dat deed ze met verve. Een welkome tip was haar beloning. Horecapersoneel leeft alleen van de fooi, die ze krijgen.
Afgelegde afstand ongeveer 430 kilometer

 
Dag 5   Prescott – Flagstaff
Na een goed ontbijtbuffet bij Denny’s vertrokken we voor een korte rit naar Flagstaff en via een mooi landschap en een prachtige weg kwamen we terecht in Jerome. Dat is een oud mijnwerkersstadje, waar in de buurt goud werd gevonden, toen het Wilde Westen nog bestond.
Sommige huizen waren nog authentiek en meer dan 130 jaar oud. Zo lopend door dat stadje en met een beetje fantasie zag je Lucky Luke en de gebroeders Dalton lopen. Na de koffie ging het naar oude Don die vlak in de buurt een soort museum drijft met allerlei oude mijnwerkersattributren. Je zag er van alles, oude machines, zeer oude auto’s, hij bewaarde echt alles. Het hoogtepunt was het opstarten van Dikke Bertha. Dat is een oude machine, die vroeger in de mijnen werd gebruikt voor het optakelen van goederen. Dat opstarten kostte $ 10 en het leverde en paar gigantische knallen op. Het was maar goed, dat Don buiten Jerome woonde, anders zouden zijn buren gaan klagen. Na het bezoek aan Don en zijn museum ging het naar het Indianendorp Sedona, dat geheel drijft op toerisme. De weg ernaar toe was heel mooi door een schitterend landschap met prachtige rotsformaties. Vlak voordat we Sedona inreden, begon het te regenen. Door de hitte die ik al een paar dagen had meegemaakt, was ik van mijn principe afgestapt, namelijk het rijden in motorkleding. Iedereen rijdt in T-shirt en spijkerbroek en ook ik deed mee met de meute. Als het dan begint te regenen, mis je wel iets en werd het behoorlijk koud en nat.
Maar gelukkig was Sedona niet al te ver weg en konden we daar een uurtje rondlopen en droog worden.
Voordat we vertrokken toch maar voor alle zekerheid regenkleding aangetrokken voor de rest van de route naar Flagstaff. Je kunt eigenlijk niet omschrijven hoe mooi en grillig het landschap was waar we doorheen reden. De weg door de bossen was redelijk vochtig en ook tussen de bomen was het behoorlijk kil. Het motel in Flagstaff was van uitzonderlijke klasse en ‘savonds genoten we van een Chinees buffet, eten zo veel je kunt voor niet al te veel geld.
Afgelegde afstand “slechts” 175 kilometer.

 
Dag 6   Flagstaff – Grey Mountain.
Deze dag stond een bezoek aan de Grand Canyon op het programma. Ook de weg erheen was weer perfect met uitgestrekte bossen, prachtige vergezichten en mooie rotsformaties. Na anderhalf uur werd er gestopt bij een oude handelspost, die ooit was gesticht in de jaren 50 – 70 van de negentiende eeuw. Het personeel liep voor de toeristen nog rond in kleding uit die periode. De nodige souvenirs en T-shirts werden gekocht. Vervolgens op weg naar de Canyon, waar we een voorstelling in het Imaxtheater bijwoonden. Het was een waar spektakel over het ontstaan van de Grand Canyon en hun bewoners en ontdekkingsreizigers. Het was of je er midden inzat.
Na het bezoek aan het theater snel naar het vliegveld, alwaar helicopters klaar stonden om ons een prachtig uitzicht te gunnen in de Canyon. Dat was een unieke gebeurtenis, die ik niet had willen missen. Wat kan de natuur mooi en groots zijn. Je kunt het niet beschrijven, je moet het gewoon gezien hebben.
Na de vlucht werd iedereen “losgelaten” om op eigen gelegenheid de Canyon te verkennen en de nodige foto’s te maken. Dat kan je beter alleen doen of met een klein groepje en dan kan je stil gaan staan, waar het mooi is om foto’s te maken.
Toen we bij een mooi uitzichtpunt stonden, begon het weer te betrekken en zagen we een regenbui aankomen. We besloten de bui af te wachten en na ongeveer een drie kwartier was het nagenoeg droog geworden en besloten we achter de bui aan te gaan, in de hoop het droog te houden.
Niets was minder waar en na verloop van enige tijd begon het te regenen en te onweren op een manier, die ik nog niet had meegemaakt. We reden midden over de prairie en nergens was een schuilplaats te vinden. Bliksemflitsen, die op heel korte afstand insloegen leverden angstige momenten op en als je dan meer als een uur door die hel moet rijden, is dat niet leuk. Ik heb rivieren de weg zien oversteken, grote keien meevoerend, die midden op de weg werden achtergelaten. Op een zeker moment kwam een benzinepompstation in zicht, waar we hebben staan schuilen. Overal om ons heen was het zwart van de regen en bliksemflitsen volgden elkaar in rap tempo op. De Indianen die we in benzinepompstation spraken vertelden ons, dat zij dit nog nooit hadden meegemaakt en dan wil dat toch wel iets zeggen. Ik hoop zoiets nooit meer mee te maken.
Na meer dan een uur waagden we de gok, omdat het nog maar ruim 10 kilometer was naar het motel, waar we de nacht zouden doorbrengen.
Daar bleek nog niet iedereen te zijn aangekomen. Op zeker moment misten we nog 5 man en wat bleek…….. Toen wij bij het benzinepompstation stonden te schuilen, hadden zij bij een restaurant verderop stilgestaan. Het restaurant lag aan de overzijde van het motel en door de hevige regenval en duisternis hadden zij het motel niet zien liggen en waren weer op de motor gestapt en uiteindelijk ruim 40 kilometer te ver doorgereden. Toen zij er achter kwamen, dat zij mogelijk te ver waren doorgereden, belden zij naar het motel, waarna zij terugkeerden om mee te kunnen doen aan de barbecue, die door USA motorreizen was georganiseerd. Ze waren tot op hun huid natgeregend.
Afgelegde afstand ongeveer 240 kilometer

 
Dag 7   Grey Mountain  -  Page
De route naar Page is eigenlijk maar een goede 160 kilometer, maar er werd besloten om naar Monument Valley te rijden, te meer, omdat het warm weer beloofde te worden en Monument Valley zou zeer zeker de moeite waard zijn. Het zou een extra 250 kilometer rijden opleveren.
De weg naar Monument Valley was mooi door een mooi landschap met grillige rotsformaties, die door erosie de meest fantastische vormen hadden aangenomen. We reden door het land van de Navajo-indianen en als je ziet hoe die mensen wonen. In krotten, in vervallen campers, in stacaravans die eigenlijk geen caravans meer waren, midden op de prairie en af en toe in kleine dorpjes. Zij worden door de Amerikanen als ondergeschikt bestempeld. Opmerkelijk is wel, dat de kinderen door schoolbussen worden opgehaald en afgezet. Zo zitten ze op school in de tegenwoordige tijd en na school zitten ze weer in de armoe. Heel vreemd…
Vlak voor Monument Valley werd er nog afgetankt en bleek het flink geregend te hebben, maar verder zouden we het zo goed als droog houden.
De woestijn naar Monument Valley is woest en gaf uitzicht op de meest onmogelijke rotsformaties, gevormd door miljoenen jaren erosie. Toen ik er doorheen reed, had ik het idee, dat op elk moment achterna gezeten kon worden door Indianen op pony’s, die mijn scalp wilden hebben. (maar goed dat ik zo weinig haar heb, tegenwoordig….)
In de Valley misten mijn maat en ik de afslag naar het bezoekerscentrum, waar je een mooi uitzicht hebt over de Valley. We reden steeds verder de woestijn in.
Op zich was dat geen probleem, want het uitzicht was adembenemend, maar ik begon hem wel te knijpen, want als je daar pech krijgt, dan sta je daar, door God en alleman verlaten.
We besloten een automobilist aan te houden en die vertelde ons, dat we ruim 40 kilometer terug moesten. Gelukkig troffen we daar de rest van de ploeg aan en men besloot op ons te wachten, totdat we gegeten hadden.
Na de maaltijd een lange rit van meer dan 2 uur naar Page over mooie wegen met mooie bochten en weer schitterende vergezichten.
Na aankomst bij het prachtige motel nog even een kort bezoek gebracht aan de stuwdam, die daar in 1958 was gebouwd. Page is ontstaan, omdat werkers aan die dam onderdak moesten hebben en derhalve is Page heel modern.
Ik kan wel zeggen, dat ik die dag er aardig door zat, want tenslotte hadden mijn maat en ik door die omweg wel heel veel kilometers gemaakt.
Afgelegde afstand bijna 500 kilometer (omdat we de afslag gemist hadden…)

 
Dag 8    Page   -  Hurricane
Na een goede nachtrust en uitstekend ontbijt ging de rit naar Hurricane. Omdat er regen dreigde, werden uit voorzorg de regenpakken aangetrokken. We zagen de bui al hangen in de richting waar we heen moesten en er werd besloten een andere route te kiezen, in de hoop het droog te zullen houden. We hebben die dag geen regen gehad.
De eerste 150 kilometer was de weg wel goed, maar vrij eentonig. Het landschap bleef wel boeien. Vlak voor de lunch werd het interessanter met een heel mooie weg naar Zion National park. Tijdens de lunch troffen we de mannen/vrouwen aan, die de Western Highlichts reden en hen zouden we ‘savonds treffen in het motel in Hurricane. Daar stond een gezamenlijke barbecue op het programma. We hoorden wel het verhaal dat een van hen hartproblemen had gehad en met spoed was opgenomen in een ziekenhuis. Vandaar was hij met een helicopter naar een groter en beter ziekenhuis gebracht, waar besloten werd dat de man een pacemaker zou krijgen. Dat was een domper voor die ploeg, maar gelukkig werd alles keurig netjes geregeld en zou de echtgenote van die man over komen vanuit Nederland. Toch maar goed dat je verzekerd aan een dergelijke reis gaat beginnen.
Na de lunch en bij de ingang van het park gingen de helmen af en werd de regenkleding uitgetrokken. Het weer was warm en zeer helder en men kon op eigen gelegenheid door het park rijden om zelf foto’s te kunnen maken. Nou moet je je niet vergissen in de grootte van een dergelijk park, want de weg er door heen is ongeveer 75 kilometer lang. Het park was schitterend, woorden schieten hier te kort, zo mooi, eigenlijk kon je om de 10 meter stoppen om foto’s te schieten.
Na een bezoek aan het bezoekerscentrum ging het in rap tempo naar Hurricane, onderweg genietend van schitterende landhuizen van Amerikanen, die het gemaakt hadden. Hierbij moet je denken aan huizen zoals je zag in de soapserie van de familie Ewing, je weet wel… South Fork ranch.
Bij het motel was weer een perfect zwembad, waarin alle zweet werd weggespoeld onder het genot van een lekkere Budweiser.
‘sAvonds werd er genoten van een prima barbecue, waar je kon eten en drinken wat je wilde, maar er was zoveel, dat er heel veel vlees over bleef, wat wel zonde was.
Daarna proberen te slapen en naar het gesnurk van mijn maatje liggen luisteren.
Afgelegde afstand ongeveer 310 kilometer.

 
Dag 9   Hurricane   - Las Vegas.
We vertrokken om 10:00 uur en konden dus wat uitslapen, omdat de rit naar Las Vegas niet al te lang zou zijn en bijna geheel uit snelweg zou bestaan. De eerste 10 kilometer was nog wel binnendoor, maar de snelweg door de bergen was weergaloos en schitterend aangelegd. Hier waren kosten nog moeiten gespaard.
Bij de tankstop kwamen we de andere ploeg weer tegen en daar bleek een van hen een lekke band te hebben opgelopen. Geen nood… wij hadden nog een reservemotor en werd er gewisseld. De defecte motor zou door onze ploeg bij Harley Davidson Las Vegas worden achtergelaten. Dat bedrijf was een openbaring, allemaal Harley Davidson wat de klok sloeg. Veel motoren, ook heel oude, veel kleding, alles was Harley….
Daarna door de stad naar het hotel. Las Vegas is indrukwekkend, groots, veel hotels en veel mensen. De temperatuur bedroeg die middag 45 graden celsius en we waren blij, dat we bij het hotel waren aangekomen. Nadat de kamers uitgedeeld waren, werd er meteen een duik in het zwembad genomen.
Om 18:00 uur was het verzamelen geblazen in de lobby van het hotel om samen naar Ceasars Palace te gaan. In afwachting van het vertrek waagden een paar van ons een gokje en een van hen haalde toch maar $ 800 uit de gokkast. Ik heb er nog geen Amerikaans kwartje ingegooid.
Via de monorail, die langs alle bekende plaatsen en hotels van Las Vegas loopt, gingen we naar de Strip, zeg maar de hoofdader van Las Vegas. Men zegt dat Parijs de lichtstad is, maar dan heeft men Las Vegas by night nog nooit gezien. Onvoorstelbaar hoeveel lichtjes, hoeveel show en hoeveel verkwisting er getoond wordt. Het kost bakken met geld, maar er komen ook bakken met geld binnen door de gokkers. Je kunt er 24 uur terecht om te gokken en dat gebeurt ook. Ik heb mensen tijdens hun ontbijt zien zitten gokken. Aan de ontbijttafel heeft men displays met touchscreens waar men kan zitten pokeren.
Las Vegas was voor mij de ultime ervaring. Ik kwam ogen te kort. Zo groots, zulke grote hotels… je kan het zo gek niet bedenken, of men heeft het. Ze hebben Venetie nagebouwd met echte gondels, die onder een hotel doorvaren. Bij Treasure Island laten ze piratenschepen zinken, bij de Mirage laten ze vulkanen uitbarsten, ze hebben de Eifeltoren nagebouwd. Ongelooflijk allemaal en ik kan het eigenlijk nog niet bevatten wat ik allemaal gezien heb. Eigenlijk hadden we er een paar dagen langer moeten blijven. Terug met een taxi, waarvan de (Eritrese) chauffeur een tijdje in Nederland had gewoond en nog enige woorden Nederlands sprak en begreep.
Afgelegde afstand ongeveer 230 kilometer.

 
Dag 10   Las Vegas  -  Lone Pine
Na het ontbijt reden we bij daglicht over de Strip en dan ziet het er toch anders uit. Ook wel indrukwekkend, maar anders..De temperatuur was al hoog en zou gaandeweg die dag hoger worden. We zouden die dag door Death Valley rijden en die Valley doet zijn naam eer aan. De temperatuur steeg alras naar 50 graden celsius en het was net alsof je in een hete luchtoven reed. Uitgestrekte prairies, waar geen waterpoel of rivier te vinden is. Je moet er niet aan denken hoe de landverhuizers het moeten hebben gehad, toen zij met hun huifkarren en lopend door Death Valley trokken. Die mensen moeten het ongelooflijk zwaar hebben gehad.
We moesten regelmatig stoppen om onze watervoorraad aan te spreken. In de volgauto waren een paar koelboxen, waar onze flessen water in bewaard werden. Bij elke tankstop werden nieuwe koude flessen aangeschaft, die weer in de boxen verdwenen.
De weg door Death Valley was heel mooi en zeker ook dat gedeelte voor Lone Pine door de bergen. Lone Pine is zo’n ouderwets cowboystadje met veel groen en kennelijk zit daar veel water in de grond. Het motel zag er goed uit met een koffiezetapparaat met koffie op de kamer en een koelkast. Nadat we gedoucht hadden, ging het richting Jake’s saloon om daar de avond door te brengen. Je ziet wel eens in westerns zo’n saloon met die klapdeurtjes. Nou die saloon had dat ook en aan de bar zaten de Amerikanen. Ze spreken je meteen aan en vragen waar je vandaan komt. Als je dan zegt Holland, dan denken ze Holland in Amerika, want er zijn veel dorpen en stadjes met de naam Holland. Als je er dan achteraan zegt Amsterdam, dan weten ze het meteen. Amsterdam heeft iets magisch voor de Amerikanen.
Jos liet die avond een aantal pizza’s aanrukken en die werden gewoon in de saloon door ons genuttigd. Kan je dat voorstellen in Nederland in een kroeg? Pizza’s laten bezorgen en daar opeten. Ik denk niet dat de Nederlandse kastelein het goed zal vinden, maar daar was het geen probleem.
Het werd een gezellige avond, waar ik een spel speelde, dat geleek op icecurling, sjoelen en jeu de boule. Heel leuk.
Afgelegde afstand ongeveer 415 kilometer.

 
Dag 11    Lone Pine   -  Fresno
Dat zou een lange zit worden van ongeveer 450 kilometer. Omdat er eigenlijk niet ontbeten kon worden bij het motel, gingen we op tijd weg. We zouden ongeveer anderhalf uur gaan rijden, om in het plaatsje Bishop bij een Hollandse bakker te gaan ontbijten. Het vertrek was om 08:45 uur gepland, maar in verband met het aftanken en andere kleine dingen, werd het toch 09:45 uur voordat we op weg waren.
Rond 11:00 uur kwamen we bij de bakkerij van Erick Schat, een Hollander, die in 1938 vanuit Nederland naar Amerika was gegaan en daar zijn oude beroep, banketbakker, weer had opgenomen. Erick Schat is tegenwoordig in dat deel van Amerika een beroemdheid, waar busladingen mensen naar toe komen om daar Nederlands (volkoren-)brood, appelflappen, oliebollen, suikerbrood, witbrood, belegd brood, chocolade, speculaas en dergelijke te kopen. Het was een verademing twee boterhammen witbrood, belegd met rosbief en ham, te eten in plaats van de scrambled eggs met uitgebakken spek.
Na het late ontbijt ging het via alweer mooie wegen met prachtige vergezichten naar het Yosemite Park. De natuur was schitterend en op zeker moment reden we op een hoogte van ruim 3300 meter en hebben we gepiknicket bij een meer. De leiding had brood, suikerbrood en jus d’orange bij Erick Schat gekocht en meegenomen voor de picknick. Dat ging er in als een preek in een ouderling. Heerlijk….
Hierna ging het verder en je kwam ogen te kort, zo mooi als de natuur was. Diepe afgronden en veel afgebrande bomen, want er waren in het verleden veel bosbranden geweest. Je ziet zoiets wel eens op de televisie, maar als je de plekken ziet, waar het gebrand heeft, kan je je indenken, dat blussen eigenlijk onbegonnen werk is. Toch herstelt de natuur zich wonderbaarlijk snel.
Ik rijd regelmatig op mijn motor in de Duitse Eifel en daar is het lief en aardig om te rijden, vergeleken met de parken in Amerika. Daar is het spectaculair, groots, genieten van de vele bochten en mooi onderhouden wegen. Dan is motorrijden genieten en feesten…
In het dorp Oakhurst moest file gereden worden, omdat er daarvoor een flinke aanrijding was geweest met behoorlijk veel schade aan een paar auto’s. daarna snel door via een grote weg naar Fresno, een stad met ongeveer een half miljoen inwoners. Het hotel was chiq met een lekker zwembad en mooie kamers en brede bedden. Na een duik in het zwembad werd er een biertje gedronken, waarna om 21:00 uur de maaltijd volgde. Het was een lange dag geweest, maar zeker een van de mooiste.
Afgelegde afstand bijna 455 kilometer.

 
Dag 12   Fresno   -   Porterville
Na een redelijke nachtrust en een goed ontbijt ging het snel richting Porterville. Het zou een korte rit worden vergeleken met de rit van de dag daarvoor en zou door het Sequoia Park gaan. Voor het park werd er nog getankt in Squaw Valley, waar Sjoukje Dijkstra ooit eens in het verleden een gouden medaille bij het kunstrijden op de schaats had gewonnen. Niets herinnerde meer aan winterspelen. Het park is beroemd door zijn Sequoiabomen, die wel 100 meter hoog kunnen worden en drieduizend jaar oud zijn. Middellijnen van 8 – 10 meter zijn geen uitzonderingen bij die bomen. Als je onderaan zo’n boom staat, voel je je heel erg klein en nietig.
De weg door het park was heel bochtig met alweer mooie vergezichten. Ook hier hadden de bosbranden in het verleden de nodige schade aangericht aan de natuur. Duizenden verbrande bomen, die als zwarte skeletten omhoog wezen. Na een bocht stond een wegwerker met zijn stopbord en moest ik stoppen. Ik dacht dat het maar voor even zou zijn, maar hij vertelde mij doodleuk, dat het oponthoud wel een uur zou gaan duren. Men was verderop aan de weg bezig en het verkeer werd een uur stop gezet om de wegwerkers hun werk te kunnen laten doen.
Eigenlijk was dat werk wel hard nodig, want dat gedeelte was het slechtste stuk weg, dat ik in Amerika heb meegemaakt. Heel veel hobbels en scheuren. Dus maar van de natuur genoten en een praatje gemaakt met een Amerikaan, die ook moest wachten. Ook hij vroeg waar ik vandaan kwam en hij bleek in 1952-1953 in Duitsland in dienst te hebben gelegen en uiteraard had hij toen ook, tijdens een verlof, een bezoek gebracht aan Amsterdam. Ook wist hij zich de overstromingen in Zeeland in 1953 te herinneren.
Na de onderbreking doorgereden naar het dorp Three Rivers, waar anderen van de ploeg hun lunch hadden gebruikt. Zij hadden net voor de wegonderbreking kunnen doorrijden. Ook ik gebruikte mijn lunch in een lieflijk gelegen cafe aan de rivier.
Na mijn lunch ging het langs eindeloze citrusplantages. De huizen van de landeigenaren zijn luxueus, terwijl de woningen van de arbeiders maar heel erg sjofeltjes zijn.
Om 16:30 uur arriveerde ik bij het motel en dat bleek een van de minste slaapgelegenheden te zijn tijdens mijn tocht. Ook de omgeving was niet zo bijzonder, want het motel lag wel in een achterstandswijk. In het verleden waren er wel eens onderdelen van de motoren gestolen. Zelfs de politie kwam ons waarschuwen de motoren goed op slot te zetten.
‘sAvonds hebben we wel heerlijk gegeten in een restaurant, genaamd The Three Bears. Het was de beste maaltijd tot dan toe.

 
Dag 13   Porterville   -  Los Angeles.
De laatste rij-dag.
De nachtrust werd redelijk doorgekomen en er werd geen ontbijt genuttigd. Dat zouden we pas na ongeveer een uur rijden gaan doen. De weg voerde door eindeloze sinaasappelplantages, later gevolgd door enorme velden met “jaknikkers”, die olie uit de grond pompten.
Het ontbijt werd genuttigd bij restaurant Denny’s en mijn ontbijt bestond uit warm appelgebak met koffie. Ik kon geen gebakken eieren meer zien. Elk ontbijt bestaat uit veel, heel veel eten, waarbij ook patat gegeten kan worden. Geen wonder, dat er zoveel dikke Amerikanen zijn.
Na de maaltijd ging het naar de highway en dan praat je echt over een snelweg. Vijf rijen dik de ene kant op, vijf rijen dik de andere kant op. Heel veel vrachtverkeer, dat je net zo makkelijk met 120 kilometer per uur rechts inhaalt. En er zaten hele mooie combinaties bij hoor..
Hoe dichter we bij Los Angeles kwamen, hoe drukker het werd. De dag ervoor had Los Angeles en omgeving de grootste bosbranden in haar geschiedenis meegemaakt en daarvan kregen we ons deel. Heel veel rook, heel veel verbrande natuur, zover je ogen reikten. Ik denk dat we zeker 50 kilometer door de rook/smog hebben gereden.
In Los Angeles hebben we nog een rondje Sunset Boulevard gereden en heb daar mooie huizen gezien. De beach, waar Baywatch wordt opgenomen, viel tegen, maar dat kwam denk ik wel door het mindere weer.
Via de snelweg en langs het vliegveld ging het naar de loods om de motoren terug te brengen. Het verkeer was echt een gekkenhuis, maar gelukkig haalden we heelhuids de finish. Iedereen was opgelucht dat het allemaal zonder ongelukken en zonder pech was volbracht. Iedereen was het eigenlijk wel zat en we waren blij, dat het er op zat. Na het inleveren van de motor terug naar hotel Hacienda, waar we nog twee nachten zouden slapen.
De avond was een vrije avond en ik heb lekker kip zitten eten bij Sizzlers.
Afgelegde afstand ongeveer 450 kilometer.

 
Dag 14   Vrije dag
De rustdag werd doorgebracht in de Universal Studios in Hollywood. Dat werd helemaal een happening, met heel veel show en spektakel. We reden met een treintje over allerlei sets, waar filmopnames werden en worden gemaakt. We reden langs de set van Jaws, waar de haai nog even boven kwam kijken. We maakten een tocht in een achtbaan uit de film The Mummy. Met een enorme snelheid ging het door bochten, zowel vooruit als achteruit. Jurressic Park was een wildwaterbaan, waar je op zeker moment van een hoogte van 30 meter bijna rechtstandig naar beneden dondert om binnen een seconde in een waterplas tot stilstand te komen. Je wilt niet weten hoe je er dan uitziet.
Hoogtepunt vond ik de set van de film Waterworld van Kevin Costner. Daar werd door stuntlieden een complete zeeslag met waterscooters, vuur, ontploffingen en duikpartijen in het water nagespeeld.
Toeschouwers waren van te voren al gewaarschuwd dat de eerste vier rijen kletsnat zouden worden, maar men bleef eigenzinnig zitten om maar niets te willen missen. Het resultaat was er dan ook naar, ze kwamen er uit als verzopen katten.
Ik voelde mij die dag net een ventje van 8 jaar, zo genoot ik van alle toestanden. Ik zou die dag, ondanks de $ 83, die het mij kostte, zo weer over willen doen, want ik heb nog niet alles gezien.
De avondmaaltijd, tevens het afscheidsdiner, werd in een Thais restaurant genoten en op een enkeling na, was iedereen present. Ik had nog nooit Thais gegeten, maar het was best lekker.

 
Dag 15   Terug naar huis
Om 08:00 uur werden we met de shuttle naar het vliegveld gebracht om naar huis te gaan. Ook weer bij de douane de nodige hindernissen, zoals schoenen uit en visitatie. Opvallend was wel, dat het allemaal minder was, dan toen we Amerika binnen kwamen. Men had kennelijk het idee, dat we toch maar weg gingen uit Amerika en dat ze dan geen last meer van ons zouden hebben.
De vlucht ging naar Chicago met een Airbus A340 van United Airlines, het weer was perfect, zodat ik een mooi uitzicht had op Amerika. Duur van de vlucht bijna 4 uur. In Chicago moesten we twee uur wachten op de vlucht naar Amsterdam en dat ging met een Boeing 767. Die vlucht duurde 7,5 uur en we arriveerden op tijd, zondag 17 september 2006, om 09:10 uur op Schiphol.
Het duurde nog wel een half uur voordat we door de douane waren, waar de paspoorten gecontroleerd werden en ook duurde het nog wel even voordat we de koffers hadden.
 Ik heb twee geweldige weken gehad, die ik zeker niet had willen missen. Het was allemaal goed georganiseerd door USA motorreizen en is een aanrader voor anderen. Het was zwaar, want het gaat je niet in de koude kleren zitten zo’n afstand op een motor.
Het was de vakantie van mijn leven….

 

 
Peet van Konijnenburg