Western Discovery 2002

USA-Motorreizen - The Western Discovery 2002 Actueel reis


13 April 2002 Amsterdam – City of Los Angeles

Na een lange winter uitkijken naar het vertrek is het vandaag eindelijk zover.
Om een uur of acht in de morgen worden Ronald en ik door Gerda, Ricard en Eva naar Schiphol gebracht.

Op de luchthaven treffen we de rest van de meute aan en Hans van USA-Motorreizen die ons opvangt en de weg wijst. Het duurt een eeuwigheid voor we ingecheckt zijn. Vervolgens heeft Ronald wat stagnatie bij de douane. Zijn Leatherman multitool mag vanwege de inslag van september 2001 niet in zijn handbagage mee. Gelukkig is voor alles een oplossing en hebben we zeker nog twee minuten speling voor we de lucht in gaan en naar New York vliegen.

In het vliegtuig ontmoeten we drie aardige snuiters uit de stad Groningen, die naar een concert van de sinds 1967 bestaande Fairport Convention in Boston gaan. Ze vragen of we mee gaan en nodigen ons uit in hun stamcafé de Benzine bar. Aan board is het gratis drinken; de vlucht duurt zeven uur dus verdere uitleg over de vlucht lijkt mij overbodig. Op J. F.Kennedy Airport moeten we overstappen op het vliegtuig naar Los Angeles Airport. Dit veroorzaakt nogal wat chaos en stagnatie. De Green Cards zijn niet helemaal correct ingevuld en Ronald en ik worden bij de strenge douane controle talloze keren met een detector en handmatig betast en we moeten half uit de kleren.
Op een gegeven moment begint dit vervelend te worden. Op de Airport is een bataljon militairen in de weer. Het heeft hier wel wat weg van een militaire basis.
Na de aanslagen van september zijn hier de controles en veiligheidsmaatregelen duidelijk scherper geworden.
In de chaos bij röntgen waar de handbagage gecheckt wordt, raakt Rik zijn portemonnee en Camiel zijn rugzak kwijt. Als alles weer in orde is halen we na hard lopen ternauwernood het vliegtuig. Om een uur of negen in de avond zijn eindelijk in de City of Los Angeles en worden we opgehaald door het taxibusje van het Furama hotel.
In de lobby van het hotel krijgen we van André Contant, de eigenaar van USA motorreizen, een biertje en informatie over de gang van zaken morgen bij het verhuurstation en de komende Western Discovery trip. In de bar van het hotel is de muziek oké en zijn de margarita’s prima van smaak.

14 April 2002 Los Angeles - Porterville 260 mile

Bij het verhuurstation in Los Angeles krijg ik van André Contant een zwarte Harley Heritage Softail tot mijn beschikking. Het is een prachtige Harley met mooie leren tassen en een windscherm. Het Evo-motorblok laat via de twee korte uitlaatpijpen het karakteristieke Harleygeluid horen.
Mijn forever mede- Harley rijder Ronald is de trotse bezitter geworden van een mooie rode Harley Heritage Softail.

Vanuit Los Angeles, dat in de staat California ligt, rijden we over de Interstate 101 tot Ventura. Dit is een zeer drukke weg met zes banen. Het verkeer rijdt aan alle kanten langs me heen, dus goed opletten en in je baan blijven rijden, want het meeste gevaar komt van rechts. Onderweg wordt er al snel in paniek gestopt want de middenbok van de Goldwing schuift over de grond. De boys in de auto maken kennis met de Highway Patrol, in de achterbak van de Pick-up zitten mag kennelijk alleen in films.

Bij Ventura rijden we met heerlijk weer de State 33 op. Dit is een prachtige slingerende weg de bergen in door het Los Padros National Forest. De Harley is zeer comfortabel en schakelt perfect, heeft voldoende trekkracht in de bergen, maar in de haarspeldbochten voelt de Harley wat instabiel aan. In veel bochten zonder vangrails mag je maar 15 mile rijden omdat je er weinig zicht hebt en er regelmatig stenen van de rotsen op de weg vallen. Samen met Rik rijd ik door de bergen en af en toe stoppen we om van het uitzicht te genieten. Na de bergweg rijden we op een kaarsrechte weg en het wordt steeds warmer. Ik rijd 50 mile per uur maar Rik vindt dit te langzaam en rijdt door. Dus rijd ik op mijn gemak in mijn eentje verder. Na ongeveer een uur rijden tref ik André en de anderen aan bij een T-splitsing. Hiervandaan gaan we richting de State 65 naar Porterville. De naam van het gehucht is mooier dan het in werkelijk is.
We verblijven er in Motel 6 welke geregeld is door de reisorganisatie.

15 April 2002 Sequoia National Park.

Het Sequoia National Park is vernoemd naar de Indianenstam die er ooit gewoond heeft en ligt in het Sierra Nevada gebergte.
De Mount Whitney heeft de hoogste top met14494 ft.

Vanuit Porterville rijden we achter André op zijn goldwing aan door sinaasappel-boomgaarden over de State 65 en State 198 via Three Rivers naar de ingang van het park bij Ash Mountain. De weg slingert al snel omhoog met flinke haarspeldbochten er in, dus hard werken op de Harley in al die bochten.
Langzaam aan zie je de natuur veranderen. Het wordt ruiger en kaler.
Je ziet veel gigantische rotspartijen en diepe dalen waar een woeste rivier door heen stroomt. Elk moment verwacht je een Indiaan te zien want de natuur herken ik uit de Western films. Inmiddels zijn we flink geklommen tot op grote hoogte en rijden we in de sneeuw tussen de grootste levende bomen op de wereld, waar er niet veel meer van over zijn. De woudreuzen zijn enorm groot en de mens is er nietig bij.
Van de dertig stuks die hier in de Giant Forest te aanschouwen zijn, is de General Sherman met zijn 85 meter de hoogste. De Sequoiabomen zijn ouder dan de piramides in Egypte. De natuur is hier overweldigend mooi. Ik heb van tevoren niet kunnen denken dat ik in de sneeuw op 9000 ft hoog zou komen te rijden met de Harley.
Vanuit het park rijden we terug naar Motel 6. Onderweg in Exeter even flappentappen en een colaatje drinken. Als we verder rijden zien we een waarschuwingsbord met het opschrift “ Buckle Up It’s the Law’’. Vanaf dit moment is dit de yell van Camiel; van de vroege ochtend tot in de kleine uurtjes pijnigt hij hiermee onze oren op zeer luide toon.
Bij het Motel 6 regelen André en Hans pizza’s en eten we met de hele groep bikers in de tuin.

16 April 2002 Porterville - Lone Pine

Over prachtige wegen die licht klimmen en dan weer dalen rijden we richting Lone Pine door het Sequoia Giant Forest. Onderweg blijkt dat er een pas afgesloten is dus moeten we een paar mile terug rijden om een andere weg te nemen. Terwijl we stoppen om te keren zien we brandweerauto’s met het opschrift Departement of Correction.
Het blijken gevangenen te zijn die in de stikkende hitte gedrild worden om brandweerman te worden; het is een soort taakstraf op militaristische grondslag. Het ziet er indrukwekkend uit.
Op een klimmende slingerende weg door een veeteeltgebied rijdt André (let wel: de junior) op zijn Shadow een greppel in, wat niet in de planning stond. Terwijl de Shadow door André senior en rest van de clan met man en macht uit de greppel getrokken wordt, maak ik een praatje met een Gold Digger. Hij vindt het goed als ik hem help naar goud zoeken maar moet vreselijk lachen als ik hem vertel gelijk weg te zijn na het vinden van de eerste golden nugget.
Als André van de schrik bekomen is, tuffen we verder en passeren een stoffige wegopbreking om vervolgens via een flinke afdaling een prachtig dal in te rijden, waar het schilderachtige westernplaatsje Kernville aan het Isabella Lake ligt.
Voor het thuisfront weet ik een antieke zilveren dollar uit het jaar 1900 op de kop te tikken. Na een heerlijke hamburger gegeten te hebben stappen we weer op de motoren en rijden we door een dor gebied en een witte zandwoestijn, waarin een zoutachtige vlakte ligt. Hier worden we tot onze verbazing overvallen door een zand- en zoutstorm. Hierdoor is het zicht zeer matig en terwijl het flink warm is rijden we gelukkig al snel het leuke oude plaatsje met de mooie naam Lone Pine in. Om je heen zie je de prachtige hoge bergen van de Sierra Nevada liggen, wat het geheel zeer schilderachtig maakt.
Na een flinke steak naar binnen gejast te hebben wijst André en Eric-Paul ons de weg naar Jake’s saloon en vermaken we ons in de saloon die geheel in western stijl is.
De locale gasten leren ons hoe je een colt moet hanteren. Gelukkig zitten er geen patronen in de stoere colt. Na wat gedart te hebben tegen een locale cowboy is het mooi geweest en duik ik in mijn mandje.

17 April 2002 Lone Pine - Las Vegas 235 mile

Vlakbij Lone Pine ligt een weg door de woestijn richting de Death Valley. Dit is de bekende uitgestrekte woestijnlaagvlakte met als laagste punt 282 ft onder de zeespiegel, die overdag zeer warm is en ‘s nachts steenkoud. Een schier eindeloze weg loopt er doorheen. De zandduinen en rotsen aan beide kanten zijn indrukwekkend.

In Death Valley houden we een stop bij een soort hulppost waar je ook kunt e-mailen.
Ronald en ik verzenden een bericht naar het thuisfront vanuit de woestijn, waar het inmiddels flink heet geworden is. We vervolgen de weg naar Las Vegas in de staat Nevada door een desolaat oord waar het flink waait en ik kan me bijna niet voorstellen dat hier mensen wonen. De hitte neemt nog steeds toe. Na verloop van tijd rijden Ronald en ik naast elkaar via een drukke weg de sprookjesachtige stad Las Vegas in, die midden in deze zandbak ligt. De overgang van de verlaten woestijn naar de drukke moderne stad is een complete cultuur shock.

Las Vegas is een hele belevenis want je ziet de meest vreemde en indrukwekkende gebouwen. Half Europa is iets kleiner dan in werkelijkheid nagebouwd en fantastisch verlicht. We vertoeven in het Imperiaal hotel aan de bekende Las Vegas Strip.
In het hotel bevindt zich een gigantisch casino waar behoorlijk gegokt wordt door een buslading bejaarden, het stikt hier van de toeristen maar de sfeer is oké.
‘s Avonds gaan Rik en ik de Las Vegas Strip bekijken, o.a. het bekende Treasure Island. André en Hans zijn met de andere bikers een gigantisch groot en hoog overdekt winkelcentrum bekijken met een enorm uitzicht over de verlichte stad.. Buiten is het inmiddels flink afgekoeld. In het Harley- café ontmoeten we de rest van de clan, het café is nogal aan de prijs en gezellig is het er ook niet, dus gauw wegwezen.
Aan de gokkasten van het Imperiaal casino vermaken we ons prima en jagen er handen vol quarters doorheen. De grote klapper blijft echter uit, maar dat mag de pret niet drukken, want de drank is gratis en de bediening is zeer charmant.

De volgende dag als we vertrekken wordt er nog steeds gegokt; het gaat hier 24 uur per dag door. Ronald blijkt niets van Las Vegas gezien te hebben, hij heeft zijn handen vol gehad aan een of ander kaartspel. Hij moet dus binnenkort terug om het Treasure Island te gaan bekijken op de Las Vegas Strip. Volgens mij zijn er onder ons genoeg gegadigden die hem willen vergezellen.

18 April 2002 Las Vegas – Seligman

We rijden met weemoed vanuit Las Vegas wederom André achterna de zandbak in en de warmte komt ons reeds tegemoet. Na een korte rit komen we langs Lake Mead en vervolgens bij de Hooverdam. Dit gigantische bouwwerk wordt streng bewaakt maar we kunnen zonder problemen langs de controlepost. Het stromende water van de groen gekleurde Colorado rivier wordt hier omgezet in elektrische tijd voor o.a. de enorme neonverlichting in de grote gokstad.
De dam wordt uitgebreid bekeken en vervolgens rijden we de staat Arizona in richting Kingman waar we de beroemde Route 66 oprijden.

The Mother Road loopt van East to West, begint dus in Chicago en eindigt in Los Angeles, is 2400 mile lang en loopt door 8 verschillende staten.
Het is een prachtige weg en ik ben zwaar onder de indruk.

De vlakten aan beide kanten van de weg zijn enorm met bergen op de achtergrond.
Plotseling zien we een enorme trein langs komen met militaire voertuigen erop. Even moet ik aan de oorlog in Afghanistan denken. We rijden door het Hualapai Indian Reservation. Hun nederzettingen zien er sober uit, eigenlijk troosteloos en desolaat en immens triest om te aanschouwen. Langs de weg loopt een Indiaan hard met een staf met veren eraan in zijn hand. Om de mile staat een Indiaans kind langs de weg; wat er gaande is blijft een raadsel maar het maakt wel indruk op me.
Na verloop van tijd rijden een oud westernachtig plaatsje in, het bekende authentieke Seligman waar Route 66 dwars doorheen loopt. De sfeer van vervlogen tijden is nog aanwezig en goed voelbaar in bijvoorbeeld de oude Barbershop die nu een museum en souvenirshop geworden is.
Ons ranzig motel ligt direct aan de roemruchte route en past bijzonder goed in geheel, het lijkt erop de wij de eerste gasten zijn sinds de Interstate is aangelegd en Route 66 in verval is geraakt.

19 April 2002 Seligman - Flagstaff

Na de briefing rijden we morgens om een uur of half negen vanuit Seligman over de fraaie Route 66 naar Williams. De weg loopt door een prachtige maar dorre natuur en door leuke plaatsjes. De zon schijnt al heerlijk dus het Route 66 gevoel is geheel aanwezig…..and we hit the road. Over een vrij lange en vlakke weg door een soort dennenbos, waar de begroeiing steeds minder wordt, rijden we richting de Grand Canyon.
Er is echter weinig te zien van dit natuurverschijnsel, dus regelt André een helikopter en verkennen de Grand Canyon vanuit de lucht. De Canyon blijkt een gigantische scheur in de aardkloot te zijn, die onmetelijk groot is en akelig diep vanuit de helikopter.
In de diepte zie je de groen gekleurde Coloradorivier stromen.
Het uitzicht is adembenemend en de kleuren van de Canyon veranderen regelmatig onder onze ogen. Aan de oever van de Coloradorivier in dit afgelegen gebied heeft in een ver verleden een Indianenstam geleefd, maar de stam is om een tot op heden onduidelijke reden daar vertrokken. De in de rotsen gevonden woningen zijn nog stille getuigen van hun verblijf.

Na de helikoptervlucht gaan we een 3D film bekijken over de Grand Canyon in het Imax Theater. Het filmdoek is er mega groot. We vliegen in de film dwars door de Canyon en ik voel mijn maag meer dan tijdens de helivlucht.

Enigszins misselijk scheur ik op de Harley het Grand Canyon National Park in met nadruk op Grand. Bij een Visa Point kijken we in de onmetelijke kloof en gelukkig heb ik geen hoogte vrees maar ik blijf wel weg bij de rand van de kloof. Het adembenemende uitzicht is nauwelijks te beschrijven dus doe ik hiervoor ook maar geen moeite.

Richting Flagstaff tuffen we door uitgestrekte dorre vlakten over de United State 180. In Valle stoppen we bij de Double Eagle Trading Post. De stagecoach staat nog buiten naast een wigwam. Ik koop hier voor Eva van de stetson dragende Carson, die een blaffer aan zijn heup heeft hangen, een authentieke met de hand door een Navajo-Indiaanse gemaakte Dream Catcher.

We vervolgen onze weg en rijden langs paardenranches en over een flink stijgende weg de naaldbossen in. Aan de rand van het bos zien we een soort eland die hier ‘’Elk’’ genoemd wordt. De temperatuur is inmiddels flink gedaald en het waait behoorlijk. Voor het eerst begint het koud te worden. Met Ronald rijd ik op ongeveer 9000 ft hoogte, in de winter is dit een wintersport gebied en volgens de locale bevolking kan in april de weg nog geblokkeerd zijn door sneeuwval.

Als we bij het Motel zijn aangekomen neem ik een paar lekkere biertjes en een Jack en vervolgens een warme douche. Daarna ben ik klaar ’’to beat the town’’.

Flagstaff is een leuke stad, we lopen met de hele meute achter André aan en we gaan eten en stappen in de Beaverstreet. In een bruin kroegje speelt een te gekke band, de sfeer is perfect en de bevolking vriendelijk. Ben van 72 jaar, die ons alle acht heeft geadopteerd, gaat helemaal uit zijn plaat. Een overvolle taxi brengt ons goed in de stemming terug naar het motel.

20 April 2002 Flagstaff – Prescott 100 mile

Vroeg in de morgen tanken, olie checken en dan rijden we Flagstaff uit over de Route 89 een Indianenreservaat in over een haast niet met woorden te beschrijven weg. We rijden door een natuurgebied met de gigantische Red Rocks waar de zon op schijnt, wat een prachtig kleurenschouwspel geeft. Omdat ik er zelf met de Harley doorheen rijd, beleef ik dit vreemd genoeg intensiever dan de imposante Grand Canyon waar we overheen gevlogen hebben.

In Sedona bij een Visa Point is een markt met kraampjes waar allerlei Indiaanse sieraden die door de Indianen zelf gemaakt zijn, verkocht worden. Van een zeer aardige Indianenvrouw koop ik voor Gerda een aparte armband. Volgens de Indiaanse is de armband met de hand gemaakt en van zilver. De ingelegde blauwe stenen hebben een bijzondere betekenis. Terwijl de vrouw dit vertelt, kijk ik in haar prachtige donkere ogen en geloof haar op haar woord. Echter, volgens Honders wordt alle troep bij honderdduizenden gelijk in een fabriek gemaakt. Onderweg bekijken we een stoere, geheel van stalenspanten gebouwde brug, die over een kloof ligt. Het uitzicht is er zeer indrukwekkend dus de nodige foto’s worden er geschoten.

Onder het genot van de middagzon eten we op een terras een hamburger in het mijnstadje Jerome. Door dit westernplaatsje met de leuke houten huizen, winkels en saloons kronkelt de weg naar de Ghosttown. Dit is een verlaten en vervallen mijnstadje uit het Wilde Westen. Nu is het een museum, buiten staan antieke auto’s en vrachtwagens en er is een stoommachine die behoorlijk wat herrie produceert.
In het western stadje Prescott komen we aan in een een geinig Motel dat de tand des tijds heeft doorstaan. In ons Motel hebben we Mexicaanse buren die hier al een eeuwigheid lijken te verblijven. In de heerlijke zon zittend onder de waranda drinken we wat. Downtown vermaken we ons best in een bikersbar waar een soort Bluesband speelt. In de bar vertelt André aan mij dat morgen de rit naar Calexico, dat aan de Mexicaanse grens ligt, zo’n 300 mile lang is en voert over allerlei bochtige wegen. Ronald en ik worden inmiddels uitgemaakt voor Slakken, Hoggers en Bejaarden vanwege onze trage manier van voortbewegen. Onder het genot van enkele biertjes vatten Ronald en ik het plan op om morgenochtend heel vroeg te vertrekken. Rik ziet het ook wel zitten en zal met ons mee tuffen, zodat niemand rekening met onze slakkensnelheid hoeft te houden. Ondertussen heeft een stuk onverlaat Ronald zijn Trappersmuts met staart gejat, de dame in kwestie is nergens meer te bekennen. André legt de route aan mij uit onder het genot van een biertje en tekent deze op een servet zodat we de perfecte routeplanner hebben.

21 April 2002 Prescott – Calexico 265 mile

Om strak 6 uur ’s morgens rijden Ronald, Rik en ik in het schemerlicht onder de opkomende zon in de kou Prescott uit. De weg slingert zich een bos en de bergen in en al snel is er geen asfalt meer te bekennen en gaat de weg over in een onverharde weg. Ik krijg het donkerbruine vermoeden dat ik André gisteravond toch niet helemaal goed gevolgd heb in de Bikersbar.
Van twee trappers begrijp ik dat we terug naar Prescott moeten en ons vergist hebben bij een kruispunt. Rik en Ronald maken er geen punt van en we dalen weer donwtown met de felle opkomende zon pal in ons gezicht. Langs de bikersbar waar nog diverse Harley’s staan, ploffen we richting het westernstadje Wickenburg.
Als we een bergkam over zijn komen we in een prachtig dal met paarden waar we bij een klein tankstation een sloot hete koffie naar binnen gieten. In de zon kletsen we wat met een aardige vent en Rik vertelt met trots dat hij bij Mammoet werkt. De Amerikaan kent het bedrijf van het lichten van de Koersk.

Ronald en ik bellen naar huis en daarna ploffen we weer verder terwijl Rik en ik het gevoel krijgen dat we niet helemaal in de juiste richting rijden. Onder het rijden roept Ronald dat we richting Phoenix moeten, dus rijden we relaxed door.
Het is leuk voor Ronald dat we de niets zeggende stad Phoenix gezien hebben al moesten we er zeker honderd mile voor omrijden in de stikkende hitte.
Stoppen om Hichhikers mee te nemen mag hier niet, er staat namelijk een State Prison. Tevens schijnen hier automobilisten rond te rijden die een hekel aan bikers hebben en ze graag neer knuppelen, aldus een locale dame.

Via de drukke Interstate 10 komen we bij bij Quartzsite waar we tanken en voordat we het weten rijden we de desert in. Hier loopt de kaarsrechte United State 95 door de woestijn naar Yuma. Het is er prachtig, aan weerskanten zie je in de verte bergen en er groeit hier nauwelijks iets. We krijgen tranende ogen van de verstikkende droge hitte. In de woestijn is een legerbasis waar we langs de weg een gigantisch kanon met een paar palmbomen bekijken. We stoppen regelmatig om wat te drinken, o.a. bij de Vets waar we lid mogen worden van de VFW (Veterans Foreign Wars).

Nadat we ons hier ingeschreven hebben kunnen we er wat te eten en drinken bestellen.
We zijn vermoeid en hebben vreselijke trek en zijn dorstig.
Door een landbouw gebied en een wat saaie weg bereiken we het hete Calexico en vinden al rap het Motel. Helaas voor ons is André er met zijn gevolg 10 minuten eerder aangekomen. We worden warm onthaald, krijgen meteen koud bier en iedereen is wat drukker dan op andere dagen. Ik heb met recht het gevoel van “to hit the road” want we hebben vandaag met zijn drieën 375 mile door kou en hitte gereden, we zijn moe maar voldaan na deze belevenis.

We laten de anderen in de waan dat we graag Phoenix wilden zien en daarom zeker honderd mile meer hebben gereden.
Het is bloedheet in het grensstadje Calexico als we door een soort vergane traverse een ijzeren gordijn passeren en voor we het door hebben zijn we in Mexicali.
Het is bloedheet, broeierig en druk in het Mexicaanse stadje. We zijn in een totaal andere wereld, de overgang is enorm en zeer indrukwekkend, de stad toont arm en is vervuild, het stikt er van de kleine winkeltjes en je ziet allemaal halfgare taxi’s en auto’s; het is duidelijk dat hier geen APK bestaat. We eten heerlijk en zeer goedkoop in een leuk klein restaurant en drinken Mexicaans bier. De mensen zijn er behulpzaam en vriendelijk.
Een bijdehand kind van een jaar acht legt ons even uit hoe je van dollars naar pesos rekent en weer terug.

Terug de USA in is een heel ander verhaal, ze vragen ons het hemd van het lijf in de stikkende hitte, terwijl een militair in een camouflagepak met een indrukwekkend wapen naast ons staat. We zijn opgelucht als we weer de States inlopen.


22 April 2002 Calexico – Ensenada 165 mile

In de vroege ochtend staan we bij de chaotische grens naar Mexico en waar André het een en ander moet regelen voor we verder mogen.
We rijden door een verlaten, dor en stoffig woestijnachtig gebied richting Tecate.
In de verte zien we het Sierra Juarez-gebergte liggen en de temperatuur loopt al flink op. Langs de kant van de weg zie je de tekenen van vergane glorie. Waarschijnlijk is dit in betere tijden een bloeiende handelsroute geweest want we komen langs diverse lege winkeltjes, restaurantjes en barretjes die op instorten staan.
Het lijkt trouwens wel of we door een vuilnisbak rijden zo vervuild is het door verrotte auto wrakken, talloze banden en allerlei ander grofvuil.
De mens helpt de natuur hier goed naar de kloten. De Harley pruttelt heerlijk en soepel over een prachtige bergpas. We zijn inmiddels flink geklommen, de vrachtauto’s kruipen langzaam omhoog, in het ravijn liggen diverse autowrakken het blijft een vraag of de auto’s de scherpe bochten zonder vangrails uit zijn gevlogen of ze als afval gedumpt zijn.
Ik laat de Harley hier in ieder geval rustig zijn weg vervolgen en geniet van het prachtige panorama.
Onderweg moeten we enkele keren halt houden bij een Militaire Post met zwaar bewapende kerels, ze verwachten kennelijk een invasie from out of space.

In Tecate gaan we lekker op een terras in de zon zitten aan rand van een prachtig stads parkje. Plotseling horen we muziek en zien we olifanten Tecate in lopen, het jaarlijks terugkerend Circus doet op traditionele wijze zijn entree.

Wanneer we plotseling onder het rijden koele lucht voelen zien we de diepblauwe onmetelijk grote imposante Pacific Ocean voor ons verschijnen. Over de kustweg rijden Ronald met Marcel achter op zijn Harley, Rik en ik de leuke kustplaats Ensenada in.
We verblijven in het luxe Corona Hotel.

Aan het eind van de middag crossen Marcel, Ronald en ik met de Pick-up van Wil en Charrel door de stad heen waar leuke winkeltjes zijn. Zo’n drie straten van de hoofdstraat af slaat de aftakeling al toe en een paar straten verder rijden we in een soort sloppenwijk, we kijken onze ogen uit hoe mensen hier kunnen wonen.
In de bar ontmoet Ronald een echte Harley Biker die hem helemaal enthousiast over de Colorado Riverrun meeting maakt die ergens bij Las Vegas en Kingman wordt gehouden.
‘s Avonds vermaken we ons opperbest in een havenbar waar de tequila rijkelijk vloeit. Ronald krijgt van de aardige ober een liter fles tequila mee.

23 April 2002 Ensenada - Rosarito

Ronald heeft in het hotel vernomen dat iets zuidelijker aan de kust een wereldwonder te aanschouwen is. Ronald weet te vertellen dat er maar vier van zijn op onze aardbol.
Zodoende gaan Rik, Marcel, Ronald en ik, nieuwsgierig als we zijn, aan deze onderneming beginnen. De rest van de clan scheurt over de snelweg naar het spannende Rosarito waar volgens Erik-Paul maar een hotel en een bar is waar echt alles gebeurt, ze regelen daar het hotel met de mooie naam Rosarito.

Ondertussen rijden wij door een prachtige natuur richting de kust. We moeten eerst een berg over om bij het wereldwonder te komen, de wegen zijn bar slecht en het spaarzame verkeer rijdt er levens gevaarlijk.

Ik ga bijna denken dat ze een hekel aan Harley-rijders hebben, zelfs de honden in de dorpjes komen gevaarlijk blaffend achter me aangerend, dus even wat meer gas geven. Soms lopen er paarden op de weg en liggen er kadavers van dode koeien langs de weg.

De kust is prachtig, het is er ruig met rotsen en steile bergen, de Pacific is groen en blauw van kleur, terwijl de lucht donkerblauw is en reikt tot aan de horizon. Het wereldwonder blijkt bij de plaats La Bufadora te zijn. Het wonder bestaat uit vreselijk hoog spuitend zeewater in een kloof waar de zon een fantastisch mooie regenboog laat verschijnen. Dit gebeuren gaat gepaard met een gigantisch zwaar gerommel onder invloed van het stromende zeewater. Hoe het precies werkt blijft een raadsel en ik wil het eigenlijk ook niet weten, maar toch besluiten we volgend jaar de andere drie wonderen te gaan bekijken die te vinden zijn in Australië, Afrika en Azië.

Langs de mooie kust rijden we in de hitte naar Roserito. Het dorpje blijkt een stadje te zijn en het stikt er van de hotels en barretjes, de rest van de vakantie wordt aan de perceptie van Erik- Paul niet meer getwijfeld. Gelukkig staan de boys ons bij het inrijden van het stadje op te wachten en hebben zich reeds bij het hotel ingeboekt.

Het hotel Rosarito is sfeervol en grotendeels in oude staat gebleven. Binnen is het in prachtige kleuren geschilderd met diverse grote wandschilderingen. In de stijlvolle bar smaakt de margarita opperbest. Ons aangrenzend appartement kijkt uit over de blauwe Pacific Ocean, je hoort de zee ruizen en over het strand lopen paarden. Terwijl wij onder het genot van een biertje van de view genieten worden we verwend door Wil en Karel met een heerlijke door hen bereide maaltijd.
Na het eten hebben we rond geslenterd in het leuke kuststadje. Het blijkt er voorseizoen te zijn, want het is goed verlaten, terwijl het stikt van de uitgaansmogelijkheden, lees clubs.

24 April 2002 Rosarito - Julian

Bij het ontwaken zien we tot onze opperste verbazing dat de Pacific in een grauwe massa is veranderd, maar helaas wordt het nog erger want de miezer gaat over in een echte Mexicaanse regenbui.

Na de koppen bij elkaar gestoken te hebben besluiten we dit oord zo spoedig als mogelijk te verlaten en terug te gaan naar het zonnige USA om het plaatsje Julian aan te gaan doen. Volgens de gisteren met zijn maten vertrokken André is Julian de moeite van het bezoeken waard.
Tijdens de regenbui vermaken Ronald en ik ons prima op de plaatselijke overdekte markt. We zijn de enige bezoekers dus krijgen we ruim de aandacht van de leuke verkoopsters en laat ik me verleiden door een zeer leuk Mexicaans meisje tot het kopen van een zilveren moneyclip, die natuurlijk met de hand gemaakt is.
Vanzelfsprekend geloof ik haar, maar ik weet toch de gebruikelijke 50 procent korting te bedingen.

Omstreeks 13.00 uur is het droog en ploffen we richting Tijuana. Bij een verkeersknooppunt raken we in de verkeersdrukte Rik kwijt. Later als Rik weer boven water is vertelt hij dat hij door een getto gereden is. In de getto stoppen om de weg te vragen is niet echt een optie, want bij de sloppen- c.q. kratwoningen hangen allerlei velgen waar ook een mooi Shadowwiel wiel niet zal misstaan.
De rest van de dag laat iedereen fijntjes weten dat Rik een internationaal chauffeur is geweest.

Rijdend in een verkeerschaos en in een overstroming, die op een open riool lijkt door de hevige regenval van de ochtend, verplaatsen we ons door de smerige buitenwijken van Tjiuana richting de Border. Ze rijden er als gekken en drukken me in het water rijdend bijna van de weg af dus moeten we goed opletten en defensief rijden
We zijn blij als we de stad uit zijn, echter al snel komen we in de stikkende hitte in een enorme lange file bij de grens overgang terecht.

Het wemelt hiervan de manke bedelaars, verwaarloosde kinderen en straatverkopers die hier in hun levensonderhoud proberen te voorzien . Ze verblijven in tenten langs de kant van de weg het aanzicht hiervan is triest en zet me aan het denken.
We zijn allemaal blij als we de grens over gaan en weer in de States zijn, het lijkt wel of we weer thuis zijn. Mexico is een prachtig en interessant land, maar het motorrijden daar is wat mij betreft voorlopig niet voor herhaling vatbaar.

Vanaf de grens ploffen we naar en door San Diego. Wij rijden over een weg met veel verkeerslichten en staalplaten in het slechte wegdek. Voorbij El Cajon pakken we de prachtige weg naar Julian. De route naar dit plaatsje loopt via een mooie slingerende weg door een Indianen Reservaat met veel bossen en meren. Onderweg komen we veel motorrijders tegen. Het is een echt trappers-gebied met af een toe een oud houten maar goed onderhouden restaurant annex winkel langs de weg.

Julian is een oud origineel en zeldzaam westernplaatsje, bekend vanwege de goudmijn. We logeren in een prachtig authentiek van hout gebouwd pension met klassiek ingerichte kamers. Na overheerlijk in een steakhouse gegeten te hebben, vermaken we ons behoorlijk in een locale bar. De drank vloeit er rijkelijk terwijl de locale darter weinig kans maakt die avond. Darten om de plaatselijke schoonheid wil hij dan ook niet met mij. Bij het afrekenen blijkt dat we zo’n tweehonderd dollar moeten betalen.

25 April 2002 Julian - Los Angeles

Het is wederom prachtig weer en de Harley’s ploffen met een zalig geluid door het Indianen reservaat over een fantastisch mooie kronkelende weg richting Oceanside.
Na 20 mile gereden te hebben zijn we de eerste afvallers van de dag al kwijtgeraakt namelijk EP, Camiel en Rik. Onder het genot van een sandwich en koffie hebben we zeker een half uur in de zon zitten wachten voor we besluiten weer verder gaan.

Bij Oceanside rijdend op de Interstate zien we onverwachts de prachtige Pacific Ocean voor ons verschenen. We stoppen bij een parkeerplaats en genieten van het uitzicht en drinken cola in de brandende middagzon.
Plotseling zien en horen we de kwijtgeraakte boys over de Interstate ploffen. Ronald en Marcel scheuren snel op de Harley achter de boys aan, met als gevolg dat ik deze twee ook kwijt ben. In mijn eentje plof ik achter Wil en Charrel in de Pick-up aan over de drukke Interstate. Via allerlei Interstate’s en ringwegen crossen de boys perfect dwars door het gigantisch grote Los Angeles heen en staan we in no time voor het Furama hotel, dat een prettig hotel met mooie kamers en een goede service
Van de rest van de meute is geen spoor te bekennen. Terwijl Wil aan het inchecken is, komen EP zijn broer Camiel en Rik er al aan. Ze blijken een behoorlijk stuk om gereden te hebben, terwijl Camiel ook nog vermist geraakt is bij San Diego.
Van Ronald en Marcel heeft niemand meer iets vernomen.
Tot onze verbazing zijn ze er echter al vrij snel bovenwater dus zijn we weer aardig kompleet geraakt en kunnen we aan het bier. ‘s Avonds gaan de boys met een taxi LA in om te stappen. Zelf blijf ik in het hotel en vermaak me met internetten, tv kijken en mijn reisverslag schrijven onder het genot van een Budweiser.

26 April 2002 City of Los Angeles

Na een paar bakken koffie vertrekken we met de hele meute LA in. Met de Harley dwars door het grote drukke LA heen rijden is echt kicken; de stad is niet echt mooi en bestaat uit grote aan elkaar geplakte zogenaamde blocks.
Dit houdt in dat er geen echt centrum is en de afstand van zuid naar noord wel zo’n 70 mile is. De boulevards zijn dus behoorlijk lang wat het zoeken weer eenvoudig maakt, want je hoeft niet zoals in Nederland door weet ik hoeveel straten te rijden met verschillende namen.
Aangekomen op de Hollywood Blvd parkeren we de motoren en verkennen we de Walk of Fame. Dit is een leuke Blvd met leuke hippe winkels en allerlei toeristische bezienswaardigheden uit de filmindustrie. Samen met Rik slenter ik wat rond en eten we een lekkere hamburger en op een berg zien we in witte stenen de naam Hollywood staan. We rijden nu dwars door LA heen richting het verhuurstation om de motoren weer in te leveren. Op de teller zie ik dat de Harley 2200 miles heeft afgelegd.

Monteur Dan brengt ons met zijn busje naar het Furama, het voelt vreemd aan zonder de vertrouwde Harley.
Onder het genot van Budweisers en Jack Daniels hebben we bonte avond want de boys zullen de volgende dag Ronald, Marcel en mij achterlaten in LA.
EP en Wil gaan in de beruchte stoel en we hebben vreselijk veel lol; het is de laatste avond dat de Bands of Brothers compleet is. Jack begint inmiddels zijn werk te doen en ik blijk er niet zo goed tegen opgewassen te zijn, later moest ik nog denken aan de toepasselijke woorden van Ronald : “Jack is Killing…..…He always Win”.


Jan Wesseloo



Met dank aan,
Monteur Dan, omdat we 2200 miles zonder pech op een Harley gereden hebben.
Andre Contact en Hans, reisleiders van USA-Motorreizen,
Eric-Paul Swildens, reisleider van Actueel,
Deelnemende mannen van de Actueelreis,
The Band of Brothers,
En natuurlijk onze 72 jarige Ben die in 30 jaar geen motor had gereden.

Terug naar de reisverslagen